Home

Achtergrond 244 x bekeken

Administratie voor grondwaterbelasting belangrijk voor eventuele vrijstelling

Sinds 1994 kennen we in Nederland een belastingheffing op het onttrekken van grondwater, namelijk de grondwaterbelasting. Er geldt een vrijstellingsgrens van 40.000 m³, hiervoor dient wel een administratie te worden bijgehouden. De Grondwaterbelasting lijkt een soort “vergeten belastingheffing”. Binnen de belastingdienst blijkt er aandacht voor deze belasting te zijn. Tijd dus om een en ander nog maar eens op een rijtje zetten, want het kan toch flink oplopen.

De grondwaterbelasting is onderdeel van de Wet Belastingen op milieugrondslag (Wbm), deze is alleen van toepassing bij het onttrekken van zoet grondwater. Dus niet voor zout water of oppervlakte water. Hierbij gaat het om het onttrekken van water aan de bodem met behulp van een inrichting. Dit is een geheel van voorzieningen gericht op het onttrekken van grondwater. Samenhangende inrichtingen worden als één inrichting aangemerkt. Het graven van een diepe kuil waar grondwater in loopt wordt al als het onttrekken van grondwater aangemerkt.

Infiltreren is het tegenovergestelde van onttrekken, en levert dus in de grondwaterbelasting een ‘aftrekpost’ op. Met ingang van 1999 spreekt de wet over “terugvoeren”. Infiltreren kan op verschillende manieren. Processen waarbij het water in de bodem zakt, bijvoorbeeld bij beregenen, vallen niet onder de begripsomschrijving van infiltreren. Een vermindering voor infiltratie wordt alleen verleend voorzover er ook een belaste onttrekking tegenover staat. Per saldo kan er dus nooit een netto-teruggave ontstaan.

Voor de grondwaterbelasting gelden de volgende vrijstellingen:
* onttrekkingen door middel van een inrichting of geheel van samenhangende inrichtingen met een pompcapaciteit kleiner dan 10 m3 per uur
* onttrekking van grondwater uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (=90%) ten behoeve van beregening of bevloeiing. De vrijstellingsgrens ligt bij 40.000 m³ per jaar voor een (samenhangende) inrichting
* onttrekkingen ten behoeve van gebruik als spoelwater voor meermaals te gebruiken productverpakkingen zijn eveneens vrijgesteld.

Wie is belastingplichtig en hoe gaat de aangifte in zijn werk?
De houder van de inrichting wordt ook aangemerkt als de belastingplichtige. Dit is degene die voor de Grondwaterwet de vergunning heeft om met een inrichting grondwater te onttrekken. Maar het kan ook degene zijn die registratieplichtig is of verplicht is van de onttrekking mededeling te doen. In beginsel is men de belasting verschuldigd over de onttrokken hoeveelheid grondwater doch er kan een verlaging zijn indien er daadwerkelijk ook weer water wordt geïnfiltreerd. Hiervoor is ook een vergunning nodig.

De grondwaterbelasting is verschuldigd op het moment van onttrekken. De grondwaterbelasting is een aangiftebelasting. Met de inspecteur zal overleg moeten worden gevoerd om vast te stellen met welke regelmaat er aangifte dient te worden gedaan.Het tarief bedraagt momenteel € 0,1785 per kubieke meter. Per kubieke meter geïnfiltreerd water verkrijgt men een vermindering met € 0,0578 . Dat betekent dus dat men per onttrokken en vervolgens teruggevoerde kubieke meter water al € 0,1207 verschuldigd is.

Voor de aangifte dient een administratie bijgehouden te worden. In de vergunning om water te mogen onttrekken zal veelal vermeld staan dat men in ieder geval een, al dan niet geijkte, watermeter dient te hebben. In principe dient vastlegging iedere dag op hetzelfde tijdstip plaats te vinden. Maar in de vergunning kan zijn opgenomen dat eens per week voldoende is. Indien voor beregening of bevloeiing gelet op de pompcapaciteit en de bedrijfsomvang niet te verwachten is, dat er meer dan 20.000 m³ zal worden onttrokken, kan de inspecteur op verzoek vrijstelling van de administratieplicht verlenen.

In de dagelijkse praktijk komt nu naar voren, dat er door onttrekkers van grondwater nagenoeg geen aangifte wordt gedaan. Ook niet als men voor de verleende vergunning bijhoudt hoeveel grondwater is onttrokken en dat aan de Provincie heeft gemeld. Als geen belastingaangifte is gedaan, zijn de aan de Provincie verstrekte gegevens een perfecte maatstaf voor het opleggen van naheffingsaanslagen. Als dit het geval is, lijkt het niet zinvol om daartegen bezwaar te maken. Als de betreffende naheffingsaanslag wordt opgelegd met een boete, kan wel worden bezien in hoeverre tegen de hoogte van de boete bezwaar kan worden gemaakt. Als feitelijk grondwater is onttrokken, dan is het doorgaans verstandig om alsnog aangifte te doen. De kans is dan veel groter dat uw cliënt er dan zonder boete of een zeer lage boete afkomt. De kans dat hij uiteindelijk, in samenspel tussen fiscus en provincie, gepakt wordt, is zeer groot. mr. S.F.J.J. SchenkMeer informatie Wet belastingen op milieugrondslag

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.