Home

Achtergrond 4608 x bekeken

Pas voor fiscale gevolgen als “hobbyboer”

Naast fulltime agrarisch ondernemers kent Nederland veel hobbyboeren. Het gaat vaak om agrariërs die inmiddels hun onderneming gestaakt hebben of boerenzonen die geen bedrijfsopvolger zijn geworden. Men laat ‘voor de lol’ wat schaapjes rondlopen, men verbouwt een paar hectare maïs of tarwe of men beheert wat (hoogstam)fruitbomen. Het gaat daarbij niet om het gewin, vaak moet er geld bij. Dat geeft niet, want een hobby mag een paar centen kosten. Maar aan de bedrijfsvoering van een hobbyboer kunnen onvermoede fiscale aspecten verbonden zijn. Het is goed om daar tijdig bij stil te staan.

Hobbyboer soms ondernemer voor de inkomstenbelasting
Een fulltime boer is voor toepassing van de Wet IB 2001 ondernemer. Hij geniet dan ook winst uit onderneming, en heeft recht op tal van fiscale faciliteiten. Maar ook een parttime boer en zelfs een hobbyboer kunnen voor toepassing van de inkomstenbelasting als ondernemer worden aangemerkt. Belangrijk daarbij is dat er naar een positief resultaat wordt gestreefd, en dat zo’n resultaat ook daadwerkelijk kan worden behaald. Een enkel (of zelfs een paar ) verliesjaren zijn hierbij geen probleem, maar activiteiten waar structureel geld bij moet – zoals dat bij een hobby meestal het geval is - vormen geen onderneming. Als sprake is van een onderneming is het behaalde resultaat belast. Niet alleen het ‘gewone’ resultaat, maar ook verkoopwinst op bijvoorbeeld grond. Voor ondernemers bestaan er ook tal van fiscale faciliteiten, maar bedenk dat zowel parttime als hobbyboeren die fiscaal als ondernemer worden aangemerkt de meeste fiscale faciliteiten mislopen. Zij voldoen meestal niet aan de eis dat zij op jaarbasis in hun onderneming ten minste 1225 uren werkzaam zijn.

Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden
Maar de hobbyboer die niet als ondernemer wordt aangemerkt is nog niet uit de fiscale gevarenzone. Als er sprake is van het ‘meer dan actief’ beheren van vermogen (denk aan het zelf bewerken van een paar hectare grond), het zelf verrichten groot onderhoud (reparatie van dak of fundamenten van een schuur of boerderij), of het gebruikmaken van voorkennis of andere bijzondere vormen van kennis (met een diploma van LU of HAS is dat al verdacht!) kan al snel sprake zijn van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Niet voor niets is in het voorgaande steeds sprake van dingen zelf doen. Wie dingen echter laat doen (door een loonwerker of aannemer bijvoorbeeld) heeft minder snel een fiscaal probleem.

Als de activiteiten van een hobbyboer worden aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, dan is de beer los. Het behaalde resultaat wordt progressief belast in box 1. Er is weliswaar geen sprake van winst, maar wel van iets dat er veel op lijkt. Dat komt doordat veel bepalingen uit de IB die voor ondernemers gelden van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Belangrijk daarbij is dat niet alleen de opbrengst uit de ‘normale’ activiteiten (maïs, melk, vee) wordt belast, maar ook de (verkoop)opbrengst van incidentele transacties. Verkoopt de voormalig ondernemer de schapenwei achter zijn huis (die vaak in of tegen het dorp aan gelegen is) voor veel geld aan bijvoorbeeld een aannemer, dan kan het daarbij behaalde resultaat tegen maximaal 52% belast worden. Vervelens is ook dat de landbouwvrijstelling voor de hobbyboer niet van toepassing is.

Fiscale doodstraf
Het hiervoor besproken regime van belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt wel eens aangeduid als de fiscale doodstraf. Mogelijk is er een voordeel, maar de nadelen overheersen. Genoemd kunnen worden het tot maximaal tot 52% oplopende tarief, het ontbreken van fiscale faciliteiten, de onmogelijkheid om de activiteiten bij leven geruisloos door te schuiven naar de volgende generatie (zoals een echte ondernemer dat wel kan) en de mogelijk bestaande administratieve verplichtingen. Denk hierbij ook aan mogelijke verplichtingen voor de omzetbelasting (BTW), milieuheffingen en productierechten.

Er is ook een voordeel. Want men wordt enkel belast over het daadwerkelijk behaalde nettoresultaat. Rente (denk aan gefinancierde grond of machines), gemaakte kosten (zaai- en plantgoed, veearts, brandstof) en afschrijvingen (op bijvoorbeeld machines een productierechten zoals melkquotum) komen in mindering op het resultaat. Heeft de inspecteur in de voorafgaande jaren de stelling betrokken dat u voor uw activiteiten belast dient te worden, dan is het gevolg daarvan verder dat in geval van een verliesjaar dit verlies aftrekbaar is, van het progressief belaste inkomen.

Maak een duidelijke keuze of volwaardig ondernemer of een echte hobbyboer
De hobbyboer die op wat grotere schaal zijn hobby uitoefent moet in fiscaal opzicht uitkijken. Dat is zeker het geval als hij bij zijn hobby (eigen) grond in gebruik heeft. De belastingheffing over het behaalde normale resultaat is meestal nog wel overkomelijk omdat alle daadwerkelijk gemaakte kosten in aftrek gebracht mogen worden. De belastingheffing die plaatsvindt als men grond verkoopt (of als men zijn hobby beëindigt) is echter een groter probleem. De hobbyboer dreigt in dit verband tussen de wal en het schip te vallen. Hij heeft de nadelen van het ondernemerschap maar niet de voordelen, en hij mist eveneens de voordelen van het zijn van particulier. De particulier kan immers zijn spullen (met name onroerend goed) belastingvrij verkopen!

Men doet er dan ook goed aan om of het volledig ondernemerschap na te streven of om er voor te kiezen particulier te blijven. Wellicht moet de hobby daarvoor wat ingekrompen worden, moet het jaarlijkse resultaat niet structureel positief zijn of dient men wat minder zelf te doen. Daarnaast moeten de bezigheden daadwerkelijk wat meer het karakter van een hobby gaan krijgen. Het is daarbij van belang dat men deze fiscale problemen tijdig onderkent en indien noodzakelijk gepaste actie onderneemt.

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.