Home

Achtergrond 120 x bekeken

Omrekeningsfactoren niet aangemerkt als meest recente milieutechnische inzichten

Staatssecretaris Van Geel schreef mei 2003 een brief aan de gemeenten dat omrekeningsfactoren uit de Regeling stankemissie veehouderij als ‘meest recente milieutechnische inzichten’ moest worden beschouwd. De Raad van State accepteerde dit niet en bepaalde dat moet worden terug gevallen op de omrekeningsfactoren van de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996.

Staatssecretaris Van Geel schreef in een brief d.d. 15 mei 2003 aan gemeenten dat de omrekeningsfactoren uit de Regeling stankemissie voor veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden kunnen worden beschouwd als 'meest recente milieutechnische inzichten'. Sinds 1 mei 2003 moeten deze bij beoordeling van aanvragen om milieuvergunningen van veehouderijen betrokken worden en wel in heel Nederland, dus niet alleen in de landbouwontwikkelingsgebieden. Toen werd al aangegeven dat de brief geen juridische status had.

De Raad van State besliste in bijgevoegde zaak dat zolang geen reconstructieplan is vastgesteld, de Wet Stankemissie van 1 mei 2003, tezamen met de bijbehorende Regeling niet van toepassing kan zijn. Verder wordt geoordeeld dat volgens het rapport van IMAG van september 2001, kenmerk 2001-14 omrekeningsfactoren uit de Regeling niet gerelateerd kunnen worden aan de in de Richtlijn 1996 opgenomen afstandsgrafiek. De Raad van State concludeert hieruit dat de in de Regeling opgenomen omrekeningsfactoren niet in het kader van de beoordelingssystematiek van de Richtlijn kunnen worden toegepast omdat geen nieuwe afstandsgrafiek is vastgesteld. Daarom kunnen de omrekeningsfactoren zoals opgenomen in de Regeling niet als 'meest recent milieutechnische inzichten' worden aangemerkt.

Consequenties voor de praktijk
De meeste intensieve bedrijven zijn gelegen in de reconstructiegebieden. Voor reconstructiegebieden waar nog geen reconstructieplan is vastgesteld geldt dat de omrekeningsfactoren uit de Richtlijn 1996 gehanteerd moeten worden. Hetzelfde geldt voor veehouderijbedrijven in "overig Nederland". Naar aanleiding van de brief van Staatssecretaris van Geel zijn vrijwel alle aanvragen om milieuvergunningen beoordeeld op basis van de omrekeningsfactoren uit de Regeling. Het is mogelijk dat met deze uitspraak in handen alle aanvragen vanaf 1 mei 2003 opnieuw moeten worden aangepast aan de omrekeningsfactoren uit de Richtlijn 1996. Voor de ene diercategorie zal dit positief uitpakken en voor andere diercategorie negatief. Met name voor de vleeskalverhouderij en varkenshouderij pakt dit positief uit, behalve voor vleesvarkens, opfokberen en opfokzeugen welke worden gehouden in stallen met chemische of biologische luchtwassers. Voor de pluimveehouderij pakt het in de meeste gevallen ongunstig uit.

Wat geldt in gebieden waar wel een reconstructieplan is vastgesteld? In Limburg is voor midden en noord Limburg een reconstructieplan vastgesteld, (deze moet nog gepubliceerd worden door Provinciale State). Indien het reconstructieplan is vastgesteld zal waarschijnlijk gebruik gemaakt moeten worden van de Wet Stankemissie en de omrekeningsfactoren behorend bij de Regeling. Dit wordt ook expliciet in de uitspraak genoemd. Een tweede argument is dat in de Wet Stankemissie in bijlage 1 een formule is opgenomen waarmee afstanden kunnen worden berekend, deze systematiek is vergelijkbaar met de afstandsgrafiek van de Richtlijn. (ing. M. van Beers en ing. E. Coopmann)Meer informatie Uitspraak Raad van State
Meer informatie Normen Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996
Meer informatie Normen Regeling stankemissie
Meer informatie Aangepaste normen Regeling stankemissie voor vleeskalveren
Lees ook Onduidelijkheid over toepassing nieuwe stanknormen

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.