Home

Achtergrond 1127 x bekeken

Het maatschapscontract moet op de schop!

Verreweg de meeste agrarische bedrijven worden gedreven als maatschap. Fiscaal biedt deze rechtsvorm voordelen en wordt ook gebruikt als opvolgingsinstrument. Zijn de maatschapscontracten eenmaal getekend, dan verdwijnen in de kluis of in de kast. Pas als er problemen ontstaan, bij overlijden of echtscheiding, ziet de maatschapsovereenkomst weer het daglicht. Als de omstandigheden zich wijzigen, kan aanpassing van de hiervoor genoemde zaken verstandig, maar ook lucratief zijn. Op dit moment zijn er enkele zeer concrete omstandigheden, die u in de meeste gevallen feitelijk dwingen om over te gaan tot aanpassing van het maatschapscontract.

Aanpasing voor Wet IB 2001 had al plaats moeten vinden
Drie jaar geleden werd de Wet inkomstenbelasting 2001 ingevoerd. Hierbij werd de regeling van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) voor maatschappen veranderd. Ook de behandeling van de ondermaatschap onderging belangrijke wijzigingen. Voor gehuwde ondernemers – bijvoorbeeld degenen die op huwelijkse voorwaarden gehuwd zijn, en die vermogen van hun partner in de onderneming gebruiken – kan de regeling voor het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (art. 3.91 Wet IB 2001) van groot belang zijn. Mocht het maatschapscontract niet gecontroleerd zijn op de gevolgen van de Wet IB 2001 dan is er iets niet goed gegaan. Dat betekent overigens niet dat aanpassingen altijd noodzakelijk zijn. Als er maar naar gekeken is.

Omzetbelasting bij vergoeding voor buitenvennootschapelijk
De meest concrete aanleiding om het maatschapscontract te wijzigen is een recent Besluit van de Staatssecretaris van Financiën. Dit Besluit dwingt feitelijk tot aanpassing van meeste maatschapscontracten. Binnen veel maatschappen komt het voor dat één van de maten in de maatschap activa verhuurt aan deze maatschap. Met name gebeurt dit als er een maatschap bestaat tussen vader (of ouders) enerzijds en zoon of dochter anderzijds, waarbij de senioren vermogensbestanddelen met de daarin schuilgaande stille reserves hebben voorbehouden. Denk hierbij vooral aan gronden en productierechten. Voor vader is er dus sprake van buitenvennootschappelijk vermogen, waarbij de activa waarin de stille reserves besloten liggen ter beschikking worden gesteld aan de maatschap. Voor dit gebruik is de maatschap een vergoeding verschuldigd. Deze vergoeding is meestal afgestemd op de werkelijke waarde van dit vermogen bij het aangaan van de maatschap. Door intrekking van “Mededeling 12” van het ministerie van financiën wordt deze vergoeding nu belast met BTW. Dit levert problemen op voor de meeste agrarische bedrijven. Omdat zij meestal onder de landbouwregeling vallen kunnen zij de in rekening gebrachte BTW niet terugvorderen.

Nieuw recht voor maatschappen
Op dit moment is er bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling dat de hele wettelijke regeling voor maatschappen, firma’s en commanditaire vennootschappen op zijn kop gaat zetten. Maatschap en firma zullen gaan verdwijnen, en daarvoor in de plaats komt er een heel nieuwe rechtsvorm, ‘vennootschap’ genaamd. Dit heeft gevolgen voor aansprakelijkheid, rechtspersoonlijkheid en inschrijving bij het handelsregister. Als het nieuwe wetsvoorstel in werking treedt zult u er moeilijk aan kunnen ontkomen een nieuwe samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. Het is helaas niet duidelijk wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden. Gefluisterd wordt over 1 januari 2005, maar zeker is dat volstrekt niet.

Volledig of gedeeltelijk wijzigen?Misschien is het een goed idee om – nu het maatschapscontracten toch aangepast moeten worden - meteen het gehele contact onder de loep te nemen. Daar is immers alle reden toe (zie hiervoor). Probleem is echter dat we nog niet precies weten hoe het nieuwe wetsvoorstel gaat uitpakken. Wat in de meeste gevallen het verstandigst en het voordeligst is, is het tijdig aanpassen van de winstverdeling, zodat allereerst het BTW probleem is opgelost. In de loop van 2005, als het nieuwe maatschappen wetsvoorstel in werking treedt, kan dan het hele contract aangepast worden. Er kunnen natuurlijk omstandigheden zijn die eerdere aanpassing wenselijk maken. Denk aan toetreding, uittreding of aan heel oude en dus achterhaalde contracten

Mail vragen hierover naar de redactie: redactie.agrocount@reedbusiness.nl

Meer over gevolgen intrekking “Mededeling 12”

Door intrekking van “Mededeling 12” van het ministerie van financiën wordt deze vergoeding nu belast met BTW. Dit levert problemen op voor de meeste agrarische bedrijven. Omdat zij meestal onder de landbouwregeling vallen kunnen zij de in rekening gebrachte BTW niet terugvorderen. Bij het gebruik van wat grotere quota kan het BTW-nadeel al snel oplopen tot zo’n tienduizenden euro’s. Bedrijven die voor toepassing van de BTW geopteerd hebben (optanten) hebben dit probleem niet; zij kunnen deze BTW wel verrekenen. Wel kunnen optanten als gevolg van de intrekking van Mededeling 12 geconfronteerd worden met de verplichting om een extra aangifte omzetbelasting te doen, met alle gevolgen (kosten) van dien. Overigens doet zich dit probleem niet alleen voor in de agrarische sector. Ook in de MKB-sfeer kan de intrekking van Mededeling 12 tot problemen leiden. Met name ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten (medische beroepen bijvoorbeeld) hebben hetzelfde probleem.

Als gevolg van het voorgaande bestaat bij veel ondernemers de behoefte (om niet te zeggen de noodzaak) om hun maatschapscontracten aan te passen, teneinde groot financieel nadeel te voorkomen. De Staatssecretaris van Financiën heeft nu besloten de mogelijkheid te geven om alle maatschapscontracten aan te passen tot uiterlijk 31 december 2004. Tot die tijd staat hij de oude handelwijze toe. De noodzakelijke aanpassing komt er feitelijk op neer dat de bestaande winstverdeling (met name de vaste en resultaatsonafhankelijke vergoeding voor het gebruik van buitenvennootschappelijk vermogen) moet worden aangepast. Veelal zal met een variabele vergoeding (procentueel aandeel in de winst of het verlies) gewerkt gaan worden. Verder dient het gebruik van het vermogen in de maatschap uitdrukkelijk en schriftelijk overeengekomen te worden. Dit kan in de maatschapsovereenkomst zijn, het kan ook in een afzonderlijke overeenkomst. Deze wijziging kan voor problemen gaan zorgen, nu in de praktijk blijkt dat de winstverdeling tussen de maten een gevoelig onderwerp is.

Let er ook goed op dat degenen die hun contract niet wensen aan te passen, en dus voor toepassing van de BTW volledig in de prijzen gaan vallen, vanaf 1 mei 2004 aan hun fiscale verplichtingen moeten gaan voldoen. Vanaf die datum zal er dus met BTW gefactureerd moeten worden, zullen er nota’s uitgereikt moeten worden en zal er aangifte gedaan moeten gaan worden. Wie dat nalaat heeft een groot probleem, tenzij men er in dat geval alsnog in slaagt om het maatschapscontract uiterlijk 31 december 2004 te hebben aangepast.

Meer informatie Besluit van het ministerie van Financiën

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.