Home

Achtergrond 920 x bekeken

Erfdeel opeisen op basis van agrarische of vrije waarde?

De aanstaande verruimingen in de Successiewet geven bij bedrijfsovername meer ‘fiscale lucht’. Na het overlijden van de ouders zijn de andere erfgenamen echter niet aan deze lage fiscale waarde gebonden. Zij zullen veelal hun erfdeel kunnen opeisen op basis van de vrije waarde. Soms kan dit ook op basis van de agrarische waarde, aldus een recente uitspraak van de Hoge Raad. Dan moet de opvolger echter wel met een goed verhaal komen. Een analyse van mr. S.F.J.J. Schenk.

In meer dan 90 procent van alle gevallen is de bedrijfsopvolger in een agrarische onderneming afkomstig uit de naaste familie. De hoofdprijs (de vrije waarde bij verkoop) kan deze opvolger meestal niet betalen. Daarvoor is het rendement in de sector te laag. Vaak vindt overname dan ook plaats tegen een lagere waarde. Die lagere waarde kan de opvolger nog wel opbrengen. Meestal spreekt men in dit verband van de ‘agrarische waarde’: een waarde waarbij een lonende exploitatie nog juist mogelijk is. Overname tegen een lagere dan de vrije waarde levert in de ogen van de fiscus echter een schenking op. Om heffing te voorkomen is in de Successiewet een faciliteit opgenomen. Wie na de overname nog vijf jaren doorboert mag overnemen tegen de ‘voortzettingswaarde’.

De hierbij behorende vrijstelling wordt per 1 januari 2005 verhoogd. Dat betekent dat vanaf die datum een onderneming voor een nog lager bedrag aan de opvolger overgedragen kan worden, zonder dat er belasting (recht van schenking of recht van successie) verschuldigd is. Voorwaarde daarbij was en is dat er gedurende ten minste vijf jaren wordt voortgezet. Het kan dus verstandig zijn om de overdracht niet nu, maar pas in 2005 of zelfs pas in 2007 te laten plaatsvinden.

De voortzettingswaarde maakt het mogelijk om goedkoop over te dragen zonder dat er belastingaanslagen op de mat ploffen. Andere belanghebbenden (bij een erfenis meestal de broers en zusters) hebben met deze lage fiscale waarde echter helemaal niets te maken. Met name bij de berekening van hun wettelijk erfdeel (legitieme portie) kunnen zij eisen dat van een hogere waarde uitgegaan moet worden. Maar welke waarde dan?

Over de waardering van de ouderlijke onderneming in de verhouding tussen de opvolger en de andere erfgenamen zijn onlangs twee belangrijke uitspraken bekend geworden. De Hoge Raad heeft beslist dat het zo kan zijn dat als ouders en opvolger jarenlang hebben samengewerkt in maatschapsverband overname tegen de agrarische waarde - ook in verhouding tussen broers en zusters – redelijk kan zijn. Ook het Hof Arnhem kwam tot die conclusie, maar via een omweg. Deze rechter besliste dat tussen broers en zusters uitgegaan moet worden van de vrije waarde (verkoopwaarde). Dat kan onder omstandigheden anders zijn (denk weer aan die maatschap), maar als sprake is van een bedrijf met marginale resultaten (verliezen, eventueel afgewisseld door jaren met kleine winstjes) dan is dit niet aan de orde. Dan moet van de vrije waarde worden uitgegaan. Door deze beslissing zal met name de overname van niet of slecht renderende bedrijven (nog) moeilijker worden.

De aanstaande verruimingen in de Successiewet geven meer ‘fiscale lucht’. Na het overlijden van de ouders zijn de andere erfgenamen echter niet aan deze lage fiscale waarde gebonden. Zij zullen veelal hun erfdeel kunnen opeisen op basis van de vrije waarde. Soms ligt dit anders, aldus de Hoge Raad, maar dan zal de opvolger met een goed verhaal moeten komen. Het verdient in ieder geval aanbeveling dat de ouders in hun testament opnemen dat de opvolger het wettelijk erfdeel van zijn broers en zusters gespreid (over tien jaar) kan uitkeren. Dat mag, en het geeft deze opvolger de nodige financiële ruimte.

Lees ook Hogere vrijstelling maakt bedrijfsoverdracht makkelijker

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.