Home

Achtergrond 91 x bekeken

Premieaanvrager moet zelf op de hoogte zijn van voorwaarden

Het ministerie van LNV heeft terecht het aantal premierechten voor zoogkoeien verminderd, aldus het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het feit dat de veehouder niet was geïnformeerd over de verhoging van het minimaal te benutten percentage premierechten verandert daar niets aan. De aanvrager moet zichzelf op de hoogte stellen van de geldende voorwaarden.

Het aantal zoogkoeien waarvoor premierechten worden verstrekt is afhankelijk van het voederareaal en het aantal melkkoeien benodigd om de referentiehoeveelheid melk te produceren, het aantal aanwezige stieren, schapen en geiten waarvoor premie is aangevraagd.

De bedrijfssituatie:
Het voederareaal bedraagt 12,77 hectare. Op basis hiervan is de veebezettingsruimte 25,54 GVE. Met alleen het quotum wordt 14,8 GVE benut, daarnaast is er voor 2,25 GVE ooipremie aangevraagd. Dit resulteert in 8,49 GVE beschikbaar voor de zoogkoeienpremie. In het betreffende jaar beschikte de veehouder echter over 11,5 premierechten. Dat is een benuttingspercentage van 73,83 procent. Dat is minder dan de 90 procent die in de regeling zijn vermeld. Omdat dit percentage niet gehaald is, wordt conform de regeling 3,01 premierechten ingetrokken.

De veehouder gaat in beroep. Hij voert een aantal argumenten aan waarom volgens hem de regeling niet juist is, maar deze worden direct van tafel geveegd. Het belangrijkste argument is dat hij niet door het minister van LNV op de hoogte is gebracht dat het benuttingspercentage is verhoogd van 70 procent naar 90 procent. Het is de verantwoordelijkheid van de premieaanvrager om zichzelf op de hoogte te stellen van de geldende voorwaarden, aldus het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Meer informatie Uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.