Home

Achtergrond 120 x bekeken

Planschadeverzoek moet getoetst worden aan laatst geldende planologisch regime

Een verzoek om planschadevergoeding moet getoetst worden aan het laatste geldende planologisch regime. Dat oordeelde de Raad van State in hoger beroep in een zaak tussen een burger en de gemeente Breda. Door wijziging van het bestemmingsplan kon het naburige agrarische bedrijf een loods oprichten. De burger vindt dat hij recht heeft op een planschadevergoeding.

Door een wijziging van het bestemmingsplan kreeg een agrarisch ondernemer de mogelijkheid om een schuur te bouwen. Dat deed hij ook. De bewoner van de naastgelegen burgerwoning claimt planschadevergoeding. De burger is sinds 1954 eigenaar van de woning. Binnen het toen geldende bestemmingsplan “Uitbreidingsplan in Hoofdzaak uit 1948” was er de mogelijkheid voor de aangrenzende boer een schuur te bouwen. Pas veel later in 1980 werd het bestemmingsplan gewijzigd en werd aan een strook van 20 meter vanaf de zijdelingse grens de bestemming “Kernrandzone”. Deze strook mag behoudens bepaalde vrijstellingen niet worden bebouwd. Ook was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarin de bestemming “Kernrandzone” kan worden gewijzigd in “Agrarisch bouwblok”. In1996 wordt het nieuwe bestemmingsplan “Buitengebied 1996” vastgesteld. Op grond hiervan krijgt het gehele perceel de bestemming “Agrarisch bouwblok”. Waarop de agrarisch ondernemer besluit een schuur te bouwen.

Het verzoek om planschade wordt door de gemeenteraad van Breda afgewezen. De rechtbank Breda verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van de gemeente. De gemeenteraad en ook de rechtbank verklaren het beroep van de appellant ongegrond. Zowel de gemeente als de rechtbank vergelijkt de huidige situatie met het geldende bestemmingsplan uit 1948, welke van kracht was toen de burger de woning kocht. Uiteindelijk komt de zaak in hoger beroep bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelt dat dit in strijd is met de rechtszekerheid. De rechtbank miskent in haar oordeel namelijk de inwerkingtreding van het bestemmingsplan uit 1980. Dat er vanuit het bestemmingsplan uit 1948 bouwmogelijkheden waren is niet relevant. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond. De gemeente moet het bezwaar opnieuw in behandeling nemen en deze vergelijken met het bestemmingsplan 1980. Daarnaast moet de gemeente de proceskosten en het griffierecht vergoeden.

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State
Lees ook Hoge Raad: Geen leges bij aanvraag planschadevergoeding

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.