Home

Achtergrond 202 x bekeken

LEI: Biologische landbouw hoeft concurrentie uit het oosten niet te vrezen

De biologische landbouw speelt in de 10 nieuwe EU-lidstaten nog geen grote rol. De Nederlandse biologische sector hoeft op korte termijn geen concurrentie te verwachten. Er is geen binnenlandse vraag en de afzet is slecht georganiseerd. Dat concludeert het LEI op basis van een onderzoek naar de situatie in Polen, Hongarije en Tsjechië.

Het LEI beoordeelde de concurrentiekracht in de drie landen op basis van de kwaliteit van de productiefactoren, de organisatie van de productiekolom, het overheidsbeleid en de thuismarkt. De thuismarkt is in alle landen nog zwak ontwikkeld.

In Polen is de biologische landbouw sterk versnipperd, verwerking en afzet zijn slecht georganiseerd en er is nauwelijks sprake van export. De overheid steunt omschakeling naar biologische landbouw, maar de aandacht gaat toch vooral uit naar plattelandsontwikkeling in bredere zin.

De Hongaarse biologische landbouw is juist exportgericht en redelijk goed georganiseerd. De export gaat vooral naar de EU en betreft hoofdzakelijk granen afkomstig van grote bedrijven. Om ook productie en export van dierlijke of bewerkte plantaardige producten van de grond te krijgen moet de biologische sector nog stevige stappen zetten.

Tsjechië kent een aanzienlijk areaal biologische landbouw, vooral bestaand uit zeer extensieve veehouderij op grote bedrijven. De overheid geeft met het oog op het milieu uitdrukkelijk steun aan de biologische sector. De afzet is zwak georganiseerd, al spelen grootwinkelbedrijven er een grotere rol in dan elders in Midden- en Oost-Europa. De export betreft vooral onbewerkte plantaardige producten.

Meer informatie Download het rapport

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.