Home

Achtergrond 216 x bekeken

Geen voortgezet agrarische gebruik bij verkoop aan natuurvereniging

Verkoop van een agrarisch bedrijf aan een natuurvereniging viel onder het oude belastingregime niet onder de landbouwvrijstelling. Dit besloot de Hoge Raad. De koper heeft duidelijk verklaard geen agrarisch bedrijf te gaan uitoefenen. Dat er enkele koeien grazen om bosvorming tegen te gaan, mag niet als uitoefening van een landbouwbedrijf worden beschouwd.

Onder het oude belastingregime Wet IB 1964 viel de verkoop van landbouwgronden wel onder de landbouwvrijstelling indien er sprake is van voortgezet agrarisch gebruik.

In deze zaak hadden twee boeren een bedrijf in maatschap. In 1998 verkochten ze hun gronden en bedrijven aan een natuurvereniging. De directeur van deze vereniging verklaarde dat op de gronden natuurbeheer wordt uitgeoefend en dat dit niet beschouwd kan worden als de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De vereniging laat enkele koeien grazen om bosvorming tegen te gaan. De Hoge Raad vindt dan ook dat het hof eerder terecht had geoordeeld dat de gronden na de verkoop niet zouden worden aangewend voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Hierdoor geen landbouwvrijstelling worden toegepast als bedoeld in artikel 8, lid 1, letter b van de Wet IB 1964.

Bij deze uitspraak was het oude belastingregime nog van toepassing. Sinds de invoering van de Wet IB 2001 is elke waarde boven de agrarische waarde belast. Het feitelijke gebruik is hierbij niet van belang.

Meer informatie Uitspraak van de Hoge Raad
Meer informatie Problemen rondom de nieuwe landbouwvrijstelling

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.