Home

Achtergrond 145 x bekeken

Bouwvergunning terecht verleend: ander dan agrarisch gebruik niet aangetoond

Een burger had bezwaar gemaakt tegen de verleende bouwvergunning om een varkensstal om te bouwen tot stallingruimte voor landbouwwerktuigen. Volgens de bezwaarmaker zou het gebruikt gaan worden voor de uitoefening van een aannemersbedrijf. Dit zou in strijd zijn met het bestemmingsplan. Na de rechtbank oordeelt nu ook de Raad van State dat dit niet aannemelijk kan worden gemaakt.

In deze zaak had een varkenshouder uit Ede een vergunning aangevraagd voor het verbouwen van een varkensstal tot een stallingsruimte voor landbouwwerktuigen. Het bezwaar hiertegen wordt door het college verworpen. Later verklaard de rechtbank het ingestelde beroep ongegrond. Hierop gaat de bezwaarmaker in hoger beroep bij de Raad van State.

Volgens de bezwaarmaker moet er vanuit worden gegaan dat de stallingsruimte niet zal worden gebruikt voor de stalling van landbouwwerktuigen. Volgens hem zal de schuur gebruikt gaan worden voor de uitoefening van een aannemersbedrijf. Dit zou in strijd zijn met het bestemmingsplan, dit laat alleen wonen met agrarische nevenactiviteit toe.

Volgens de raad van State heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat er een andere activiteit dan stalling van landbouwwerktuigen zal plaatsvinden. Dat het gebouw een toegangsdeur heeft gericht naar de zijde van het naastgelegen perceel van het aannemersbedrijf verandert hier niets aan. Ook het argument dat het uiterlijk meer lijkt op een garage dan een landbouwschuur en het argument dat aanvrager de opslagruimte niet nodig heeft, doet niet ter zake. De bezwaarmaker voert ook nog aan dat de aannemer de vergunning heeft aangevraagd, maar dat is naar het oordeel van de rechtbank en ook de Raad van State niet ongebruikelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Meer informatie Uitspraak Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.