Home

Achtergrond 226 x bekeken

Vervangingsreserve melkquotum geldt alleen voor verkochte veteenheden

Een melkveehouder mag voor zijn eerder verkochte melkquotum in latere boekjaren alleen dezelfde hoeveelheid veteenheden terugkopen met toepassing van de vervangingsreserve. Het bedrag van de vervangingsreserve dat nog overblijft, moet worden opgenomen in de winst.

Een melkveehouder had in het boekjaar 1992/1993 een partij quotum verkocht van 25.000 kilo melk met een vetreferentie van 4,45 procent (111.250 veteenheden). Voor de gehele opbrengst van ƒ 120.000 is een vervangingsreserve gevormd. In de opvolgende boekjaren wordt weer quotum aangekocht. Eerst in 1993/1994 een partij van 20.000 kilo met 4,02 procent vet, derhalve 80.400 veteenheden voor ƒ 78.000. In het opvolgende jaar wordt nog een partij gekocht van 20.800 kilo à 4,31 procent, totaal 89.48 veteenheden voor ƒ 81.120.

De belastinginspecteur is van mening dat de vervangingsreserve alleen van toepassing is op hetzelfde aantal veteenheden als het verkochte in 1992/1993. Omgerekend is met de aankoop van de eerder verkocht veteenheden een bedrag gemoeid van ƒ 105.917. Het resterende bedrag van de gevormde vervangingsreserve, ƒ 14.083, moet volgens de inspecteur worden toegevoegd aan de winst in boekjaar 1994/1995 en mag niet worden gebruikt voor de aankoop van het overige quotum. De Hoge Raad stelt de belastinginspecteur in het gelijk.

Het komt wel vaker voor dat een veehouder, om welke reden dan ook, een kleine partij quotum verkopen en later weer bijkopen. Het is dus zaak wel te kijken naar het aantal veteenheden en de prijs die ervoor wordt betaald. Het overschot wordt dus toegevoegd aan de winst.

Meer informatie Uitspraak van de hoge Raad

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.