Home

Achtergrond 136 x bekeken

Latente bestemmingswijzigingswinst verrekenen naar erf en cultuurgrond

Bij bedrijfsbeëindiging in 1998 mag de gerealiseerde bestemmingswijzigingswinst worden gecorrigeerd voor de in 1986 vastgestelde latente bestemmingswijzigingswinst. Dit moet echter wel gesplitst worden in bedrijfserf en cultuurgrond. Er kan niet enkele en alleen gekeken worden naar het totale bedrag.

Per 31 maart 1986 is bij een agrariër de latente bestemmingswijzigingswinst vastgesteld op ƒ 98.865, dit conform artikel 70, lid 3 Wet op de inkomstenbelasting (Wet IB) is. De latente bestemmingswijzigingswinst had voor ƒ 30.000 betrekking op het bedrijfserf en voor ƒ 68.865 op de bijbehorende cultuurgrond. De winst op de cultuurgrond was gebaseerd op een meerwaarde van ƒ 1,50 per vierkante meter.

Ruim tien jaar later op 31 december 1998 staakt de agrariër zijn bedrijf en gaat de grond over naar het privé-vermogen. Op dat moment is de waarde in het economisch verkeer van de cultuurgrond grotendeels gelijk aan de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik. Uitsluitend aan het bedrijfserf en enkele percelen cultuurgrond ter grootte van 6.000 m2 kan een hogere waarde in het economisch verkeer worden toegekend dan het geval zou zijn bij voortgezet agrarisch gebruik. Voor het bedrijfserf is het verschil ƒ 45.000 en voor de percelen cultuurgrond ƒ 15.000. In totaal is er een meerwaarde van ƒ 60.000. De boer vindt dat dit verschil moet worden verrekend met de eerder vastgestelde latente bestemmingswijzgingswinst. De inspecteur en Hof Den Bosch zien dat anders. Voor het erf is een meerwaarde van ƒ 30.000 vrijgesteld en voor de cultuurgrond een meerwaarde van ƒ 1,50 per m2. In totaal is dus ƒ 30.000 plus 6.000 x ƒ 1,50 vrijgesteld, dat is ƒ 39.000. Belast is volgens hen ƒ 60.000 minus ƒ 39.000, is ƒ 21.000.

Meer informatie Uitspraak Gerechtshof Den Bosch

Copyright © Agrocount.nl

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.