Home

Achtergrond 112 x bekeken

Landgoed terecht op normale wijze gewaardeerd voor WOZ-waarde

De WOZ-waarde van een landgoed was vastgesteld op ƒ 1.578.000. Daarbij zijn de onbebouwde gronden buiten beschouwing gelaten. De opstallen met de ondergrond is terecht gewaardeerd volgens de normale regels. De landgoedeigenaar vind dat niet correct en bepleit een waarde van ƒ 728.000, maar vangt echter bot.

De waarde van het landgoed was aanvankelijk vastgesteld op ƒ 1.860.000 en na bezwaar van de eigenaar dus op ƒ 1.578.000. Bij deze hertaxatie is gerekend met slechts 320 vierkante meter grond en de opstallen. Hierbij is rekening gehouden met de Natuurschoonwet-status van het landgoed. De inspecteur heeft de bestemmingswaarde vastgesteld op 79% van de waarde. Het Hof is van mening dat de Belastinginspecteur door vergelijkingsobjecten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de getaxeerde waarde een reële waarde is. Hierbij is voldoende rekening gehouden met de staat van onderhoud.

Meer informatie Uitspraak van het Hof Den Haag

Copyright © Agrocount.nl

Artikel 17 en 18 van de Wet waardering onroerende zaken

Artikel 17
1. Aan een onroerende zaak wordt een waarde toegekend.

2. De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.

3. In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, en met uitzondering van onroerende zaken die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het tweede lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
a. de aard en de bestemming van de zaak;
b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.

4. In afwijking in zoverre van het tweede lid wordt de waarde van een gebouwd eigendom dat tot woning dient en deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Gebouwde eigendommen die dienstbaar zijn aan de woning worden geacht deel uit te maken van die woning.

5. Met betrekking tot een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, aanhef en onderdeel e , wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de gehele onroerende zaak.

Artikel 18
1. De waarde van een onroerende zaak wordt bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert.

2. De waardepeildatum ligt twee jaren voor het begin van het tijdvak waarvoor de waarde wordt vastgesteld.

3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke bij de waardebepaling buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van onroerende zaken of onderdelen daarvan, indien die waarde geen onderdeel uitmaakt van de grondslag van de door de afnemers geheven belastingen als bedoeld in artikel 1, tweede lid.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.