Home

Achtergrond 1122 x bekeken

Wijziging afschrijvingstermijn productierechten heeft flinke fiscale gevolgen

Voor veel ondernemers in de agrarische sector is groei noodzakelijk om te kunnen overleven. En groei vereist in de meeste gevallen een investering in productierechten. Dus investeren ondernemers grote bedragen in bijvoorbeeld uitbreiding van hun melk- of suikerquotum, of worden aandelen AVEBE gekocht. Bij hun investeringsbeslissing laten deze ondernemers zich mede leiden door de fiscale gevolgen daarvan. De mogelijkheid tot afschrijven is hierbij zeer belangrijk. Immers, een investering is sneller terugverdiend als hierop ten laste van het resultaat mag worden afgeschreven. En hoe hoger het percentage van de afschrijving, hoe eerder een investering is terugverdiend. Op dit moment rommelt het rondom enkele productierechten. Daardoor zouden er ook veranderingen rondom de afschrijving op deze rechten kunnen ontstaan. En daarvan zouden niet alleen nieuwe investeerders last kunnen krijgen, maar ook ondernemers die in het verleden geïnvesteerd hebben.

Afschrijven: regel of uitzondering
Afschrijven op een bedrijfsmiddel – waarbij deze afschrijving de winst, en dus de belasting daarover - vermindert is toegestaan (en zelfs verplicht!) als bedrijfsmiddelen in of gedurende het productieproces slijten of verouderen. Aangezien grond in de loop der tijd niet slijt of veroudert kan er ook niet op worden afgeschreven. Kan er dan op productierechten worden afgeschreven? Van fysieke slijtage kan geen sprake zijn. Toch gaan de meeste quota maar gedurende een beperkte periode mee, want quoteringsregelingen zijn immers altijd als tijdelijk bedoeld geweest. Om die reden kan er op bijvoorbeeld melkquotum worden afgeschreven. De daarvoor in de Landbouwnormen opgenomen termijn van acht jaar weerspiegelt de verwachte levensduur van de quoteringsregeling.

Wat gebeurt er nu met de afschrijvingsperiode als de verwachte levensduur van een productierecht verandert? Er zijn verschillende mogelijkheden.

Het productierecht verdwijnt
Stel dat bij aanschaf mocht worden verwacht dat de quota nog 10 jaar zouden meegaan. Helaas, na 2 jaar – uw cliënt heeft dus inmiddels nog maar 20% afgeschreven – verdwijnen de productierechten met één pennenstreek. In fiscaal opzicht is er niks aan de hand. Het verlies op het nog openstaande bedrag mag in één keer afgeboekt worden, ten laste van het resultaat.

Periode wordt korter
Stel dat er vanuit gegaan mocht worden dat het productierecht 10 jaar zou blijven bestaan. Helaas, na twee jaar – er is inmiddels 20% afgeschreven - wordt duidelijk dat de regeling maar vijf jaar –waarvan inmiddels al weer twee jaar verstreken zijn - blijft bestaan. De komende drie jaar mag u nog 3 * 20% afschrijven. Dat is geen probleem. Maar uw cliënt komt nog 2 * (20% minus 10%), ofwel 20% tekort. Op grond van recente rechtspraak mag hij het tekort onmiddellijk als afschrijving opvoeren. Er mogen dus ‘inhaalafschrijvingen’ opvoeren, en er hoeft niet meer –zoals vroeger – gewacht te worden met het nemen van het verlies tot het tijdstip waarop het recht is afgeschaft. Ook als er vergeten is om af te schrijven (en dat gebeurt in de praktijk regelmatig met doorgeschoven quota) kunnen inhaalafschrijvingen worden opgevoerd.

Het productierecht blijft langer bestaan
Wat als de periode waarin het productierecht zijn vruchten afwerpt langer wordt? Het is meer dan waarschijnlijk dat met die langere levensduur rekening gehouden moet worden. Doordat men langer kan afschrijven zal het jaarlijkse afschrijvingspercentage dalen. Een andere mogelijkheid is dat helemaal niet meer afgeschreven kan worden totdat het juiste percentage bereikt is. Bevriezen dus van afschrijvingen. Een voorbeeld.

Uw cliënt schrijft zijn melkquotum af in acht jaar, overeenkomstig de voorschriften uit de Landbouwnormen. Dat doet hij al vier jaar, dus inmiddels is 4 * 12,5%, ofwel 50% afgeschreven. Opeens blijkt de quoteringsregeling nog 12 jaar te blijven bestaan. Dat betekent dat hij jaarlijks geen aftrekpost meer kunt opvoeren ter grootte van 12,5% van uw quotum, maar slechts van 8,33% daarvan. Een verschil van 4,2%. Maar het kan nog erger: de boekwaarde van het quotum bedraagt inmiddels nog maar 50% van de oorspronkelijke waarde. Naar achteraf blijkt is er te snel afgeschreven. De fiscus zou van mening kunnen zijn dat er helemaal niet meer afgeschreven mag worden totdat de boekwaarde overeenstemt met de nieuwe levensduur van het productierecht. Pas dan mag jaarlijks weer 8,33% afgeschreven worden. De afschrijving wordt zogezegd bevroren.

Wat te doen?
Wat ‘Brussel’ nu definitief gaat doen met de quoteringsregelingen lijkt inmiddels redelijk helder. Als die plannen uitgekristalliseerd zijn is de fiscus aan bod. Dat verlenging van de levensduur van de quota tot een verlaging van het afschrijvingspercentage zal leiden staat wel vast. Voor wie dat gaat gelden (enkel nieuwe, of ook reeds bestaande gevallen), en hoe dat uitgewerkt gaat worden moet afgewacht worden. Het verdient echter zeker aanbeveling om bij uw investeringsplannen rekening te houden met een minder gunstige afschrijvingsregeling.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.