Home

Achtergrond 131 x bekeken

Melkveehouder in BV mag niet geactiveerde melkquotum buiten de aandelen houden

Een melkveehouder die zijn bedrijf in een BV heeft ondergebracht. Hij doet een beroep op artikel 11 van de Wet Vermogensbelasting. Deze geldt echter alleen voor natuurlijke personen. Het gelijkheidsbeginsel gaat hier niet op. De veehouder wil de waarde van het niet geactiveerde melkquotum buiten de waarde van de aandelen houden. Dat geldt echter ook voor natuurlijke personen, in deze krijgt de veehouder wel gelijk van het Hof. Hier gaat het gelijkheidbeginsel wel op, omdat er sprake is van begunstigend beleid.

De Hoge Raad beslist dat een melkveehouder die zijn bedrijf in een BV exploiteert zich bij de waardering van zijn aandelen ten onrechte op artikel 11 Wet Vermogensbelasting beroept. Dat artikel dat alleen aan agrariërs-natuurlijke personen toestond de waarde te bepalen aan de hand van de toestand op balansdatum was weliswaar discriminerend maar de rechter kan daarin geen verandering brengen.

Het was de boer echter te doen om de waarde van zijn melkquotum dat niet geactiveerd was buiten de waarde van zijn aandelen te houden. Dat was namelijk bij resolutie - eveneens uitsluitend - aan agrariërs-natuurlijke personen toegestaan. Die discriminatie vindt de Hoge Raad wel onterecht. De Hoge Raad staat de agrariër met toepassing van het gelijkheidsbeginsel toe de waarde van zijn aanmerkelijk belang met de waarde van het melkquotum te verminderen. De resolutie bevat immers een begunstigend beleid. Het vermogen wordt ƒ 34.000 lager vastgesteld.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.