Home

Achtergrond 69 x bekeken

Bestemming onroerende zaak bij aanvang tijdvak van belang voor WOZ

Een koper van een voormalige tuinderswoning is het niet eens met de waarde vaststelling voor de WOZ. Hij stelt dat de woning onverkoopbaar is door de agrarische bestemming en dat de WOZ-waarde derhalve te hoog is vastgesteld. De grond moest volgens hem als agrarische grond worden beschouwd en dus worden vrijgesteld. Hij had de woning zelf gekocht voor ƒ1.250.000,=. Hij kreeg geen gelijk van het Hof die de WOZ-waarde handhaafde.

Op 5 mei 2000 heeft de huidige eigenaar zijn woning gekocht voor fl. 1.250.000. Op 9 februari 2000 had de gemeente aan de makelaar die de woning verkocht geschreven dat de woning volgens de plankaart een bedrijfswoning is, die niet als “burgerwoning” mag worden gebruikt. Dat standpunt acht de gemeente echter niet reëel en belooft bij de eerstkomende herziening van het bestemmingsplan de woning als een burgerwoning op de kaart te zetten. Het Hof verwerpt het standpunt van de koper dat de woning geen waarde heeft. De brief van de gemeente speelt daarbij een rol en ook het feit dat de eigenaar er zelf fl. 1.250.000 voor over heeft gehad.

In de wet staat dat de waarde per peildatum 1 januari 1999 moet worden vastgesteld, maar echter naar de bestemming die op 1 januari 2001 geldt. In dit geval was dat nog niet zo, maar de brief van de gemeente om de bestemming te gaan wijzigen naar burgerwoning was voldoende om bij de waardering uit te gaan van de toekomstige bestemming. Landbouwgrond is alleen vrijgesteld als de eigenaar kan aantonen dat deze bedrijfsmatig wordt gebruikt. Dat was in deze zaak, een woning met 2.000 m2 grond, niet het geval.

Meer informatie Uitspraak van het Hof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.