Home

Achtergrond 124 x bekeken

Onderrendabiliteit niet van belang bij vaststelling waarde melkquotum

Volle waarde in het economisch verkeer van het aandeel in het melkquotum van een in een maatschap gedreven agrarisch bedrijf behoort tot de boedel van de overleden vennoot. Het feit dat de rendabiliteit van het melkquotum de waarde zou drukken wordt door de rechter niet erkent. Van zogenaamde ‘badwill’ is in dit geval geen sprake.

Een overleden veehouder was vennoot in een maatschap waartoe een melkquotum met een waarde van fl.2.985.436 behoorde dat slechts voor een waarde van fl. 454.157 op de maatschapsbalans was geactiveerd. In de maatschapsakte was bepaald dat bij overlijden van een vennoot de echtgenote tot de maatschap kan toetreden. Bij overname van het maatschapsaandeel van een vennoot door de andere vennoot behoeft echter slechts de boekwaarde te worden verrekend.

Het Hof ziet in een en andere geen reden om niet de helft van de waarde in het economisch verkeer van het melkquotum tot de boedel van de overledene en zijn vrouw te rekenen en daarvan weer de helft – er was sprake van een algehele gemeenschap van goederen – tot de verkrijging uit nalatenschap. De rechter heeft in het kader van de going-concernwaarde geen rekening gehouden met de rendabiliteitswaarde.

Dit onderschrijft weer eens te meer de problemen bij bedrijfsopvolging en vererving. Een duidelijke oplossing is op dit moment nog niet voorhanden. Overleg tussen het ministerie van Financiën en de agrarische sector hebben tot nu toe nog niets opgeleverd.

Meer informatie Volledige uitspraak Hof Arnhem

Lees ook Badwill: ook van toepassing in het boerenbedrijf?

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.