Home

Achtergrond 121 x bekeken

Niet kunnen afvoeren van mest vanwege wateroverlast is geen overmacht

Nadat een pluimveehouder zijn bedrijf had gestaakt moest hij een flinke mineralenheffing betalen van ƒ 6.137. Hij had de pluimveehouderij per 1 januari 1999 beëindigd, maar kon in het natte najaar 1998 zijn mest niet afvoeren. Daardoor ontstond er een flinke heffing. De kippenboer beriep zich op overmacht, maar dat laat de wet echter niet toe. Het Hof heeft ook in overweging genomen dat de pluimveehouder de keus had tussen forfaitaire aangifte en eventueel een verfijnde aangifte, maar zelf gekozen had voor forfaitaire aangifte. Het Hof bleef bij de eerdere mineralenheffing.

De pluimveehouder had voor 1998 een forfaitaire aangifte gedaan. De fosfaatheffing bedroeg ƒ 6.137 de stikstofheffing ƒ 0 en de bestemmingsheffing ƒ 400. Het lag in de planning van de veehouder op per 1 januari 1999 zijn bedrijf te staken en dus ook al zijn mest van het bedrijf af te voeren. Doordat 1998 echter een extreem nat najaar kende kon de mest niet worden afgevoerd en resulteerde in de eerder genoemde heffing.

Het beroep op overmacht treft echter geen doel. De mineralenheffing vloeit voort uit de wet en de wet geeft hierin geen mogelijkheid. De pluimveehouder komt ook niet in aanmerking voor de Vrijstellingregeling waterschade Meststoffenwet 1998. Dit geld alleen voor akker – en tuinbouwbedrijven die hun gewassen niet van het land hebben kunnen halen en welke gekozen hadden voor een verfijnde aangifte. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat in deze ook niet op. Het niet kunnen afvoeren van kippenmest staat geenszins gelijk aan het niet kunnen oogsten van gewassen.

Daarnaast heeft het Hof ook nog in aanmerking genomen dat de pluimveehouder had kunnen kiezen voor een verfijnde aangifte. Had hij dat gedaan, dan had hij de mogelijkheid om de mineralenverliezen over verschillende jaren te verrekenen. En de keuze tussen forfaitaire aangifte of verfijnde aangifte is een vrijwillige keuze.

Deze uitspraak laat zien dat in bijzondere gevallen het dus veel voordeliger kan zijn om te kiezen voor een verfijnde aangifte. Ook nu de normen voor forfaitaire aangifte zijn aangepast in gunstige zin. Blijft het toch een belangrijk struikelblok dat de positieve en negatieve saldo’s niet kunnen worden verrekend. Zeker in onvoorzien situaties is dit belangrijk. Maak dus een goede keus tussen deze twee mogelijkheden, ook al brengt de verfijnde aangifte meer papierwerk met zich mee.

Lees ook Aanpassing forfaitaire MINAS-gehaltes door Tweede Kamer

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.