Home

Achtergrond 168 x bekeken

Hof: “Twee weken voor inleveren van mestafleveringsbewijzen is niet te kort

Een veehouder gaf een aantal afgevoerde kilogrammen fosfaat op tegen het gereduceerde tarief. Bureau Heffingen accepteerde dat niet. De boer leverde echter niet binnen twee weken het afleveringsbewijs in. Daar komt nog bij dat hij geen mestafzetovereenkomst had gesloten. Het Hof stelde Bureau heffingen in het gelijk en legde de veehouder een naheffing op van ƒ 657.

Een rundveehouder heeft aangifte gedaan van een verschuldigde overschotheffing over 1997 en heeft hierbij ten aanzien van 1.901 kilogram fosfaat het gereduceerde tarief toegepast in verband met in het heffingsjaar van het bedrijf afgevoerde mest. De inspecteur heeft het gereduceerde tarief niet toegepast omdat de rundveehouder de op de afvoer betrekking hebbende afleveringsbewijzen te laat bij de Stichting Landelijke Mestbank heeft gediend en bovendien terzake van deze afvoer geen afzetovereenkomsten heeft afgesloten.

Het Hof acht dit terecht omdat niet is voldaan aan alle in de regelgeving gestelde voorwaanden. Het Hof vindt niet dat de vereiste termijn van twee weken voor het inleveren van de mestafleveringsbewijzen te kort is. Zeker, aangezien volgens de inspecteur het merendeel van de heffingplichtigen er wel in is geslaagd om de afleveringsbewijzen tijdig in te dienen, kan niet worden gezegd dat de termijn van twee weken een onmogelijke termijn is.

Het is dus van belang een mestafzetovereenkomst af te sluiten en het afleveringsbewijs binnen twee weken op te sturen.

Meer informatie UItspraak van het gerechtshof Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.