Home

Achtergrond 194 x bekeken

Geen urgentie vereist voor artikel 19 WRO-vrijstelling

Artikel 19 WRO geeft de mogelijkheid aan een gemeente om een bouwvergunning te verlenen voor een bouwplan, dat in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Een goede ruimtelijke onderbouwing van het project en een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten zijn dan vereist. Deze mogelijkheid is in 2000 in de wet opgenomen. Deze vrijstellingsmogelijkheid kan niet worden gebruikt als het geldende bestemmingsplan ouder is dan 10 jaar. In dat geval moet de gemeenteraad eerst een voorbereidingsbesluit nemen of een ontwerp voor een herziening van het bestemmingsplan ter inzage leggen.

Voor de wetswijziging in 2000 was het ook al mogelijk om met artikel 19 WRO-oud vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan als een voorbereidingsbesluit gold of een ontwerp herziening van het bestemmingsplan ter inzage was gelegd. Volgens de jurisprudentie was dan echter wel vereist, dat het bouwplan een zekere mate van urgentie had. Deze urgentie moest door de aanvrager van de bouwvergunning worden aangetoond. Tot een recente uitspraak van de Raad van State was het niet duidelijk, of dat urgentievereiste ook onder de nieuwe wetgeving nog zou gelden. De Raad van State heeft aan alle onduidelijkheid een einde gemaakt en bepaalde dat het urgentievereiste niet geldt voor artikel 19 WRO sinds 2000.

Onder omstandigheden kan het voor houders van een bouwvergunning waarbij artikel 19 WRO-oud is toegepast en waartegen nog een bezwaar- of beroepsprocedure loopt, aantrekkelijk zijn om een nieuwe aanvraag om een bouwvergunning in te dienen voor hetzelfde bouwplan. Dat kan het geval zijn in de situatie, waarin derden zich verzetten tegen de bouwvergunning en stellen, dat het bouwplan niet urgent is en de houder van de bouwvergunning deze urgentie ook niet kan aantonen.

In dit geval kan de vergunninghouder het college van B&W verzoeken de aan hem verleende bouwvergunning en vrijstelling in te trekken. Vervolgens kan de nieuwe aanvraag worden ingediend voor een identiek bouwplan voor dezelfde locatie. De bouwvergunning kan dan met toepassing van het nieuwe artikel 19 WRO vergund worden, waarbij niet meer getoetst hoeft te worden aan het urgentiecriterium van artikel 19 WRO-oud. Wel is dan vereist dat het bouwplan voorzien is van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit kan door de vergunninghouder makkelijker aan te leveren zijn dan de voorheen vereiste urgentie te onderbouwen.
mr. Manon Wagenaar

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.