Home

Achtergrond 164 x bekeken

Rechtspraak inzake nieuwe landbouwvrijstelling leidt tot fikse belastingaanslag

Onlangs deed het Gerechtshof te Leeuwarden een tweetal uitspraken inzake de heretikettering van de bedrijfswoning met betrekking tot de landbouwvrijstelling. Deze uitspraak heeft directe gevolgen en leidt tot een fikse belastingaanslag van ruim ƒ40.000. Alhoewel tegen deze uitspraken zonder enige twijfel beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld zal worden, zijn deze vooralsnog voor de agrarische praktijk van het grootste belang.

Op 17 juni 2003 zijn door de Belastingkamer van het Gerechtshof te Leeuwarden twee uitspraken gedaan. Deze uitspraken hebben betrekking op de sedert 27 juni 2000 gewijzigde landbouwvrijstelling. Omdat het Hof voor de motivering van zijn ene uitspraak naar de andere uitspraak verwijst, kan volstaan worden met de bespreking van één uitspraak.

Een boer dreef samen met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming. Tot zijn ondernemingsvermogen behoorde het woongedeelte van de boerderij, met ondergrond en tuin. In verband met de gewijzigde landbouwvrijstelling wenste belanghebbende zijn woning (met ondergrond en tuin) tot zijn privé-vermogen te rekenen, en wel per 26 juni 2000. Op deze overbrenging naar privé zou dus het oude landbouwvrijstellingsregime van toepassing zijn. De inspecteur stemde in met deze overbrenging, maar dan wel per 27 juni 2000, derhalve onder het nieuwe landbouwvrijstellingsregime. Uiteindelijk werd het probleem, samen met enkele samenhangende problemen, voorgelegd aan de belastingrechter.

Regime voor heretikettering
Door de belastingrechter is nu beslist dat indien een ondernemer zijn gronden in verband met de wijziging van de landbouwvrijstelling wenst te heretiketteren de fiscale gevolgen worden bepaald aan de hand van de nieuwe landbouwvrijstelling. Dit betekent dat heretikettering in de meeste gevallen onmiddellijk een belastingaanslag tot gevolg heeft, en wel over het verschil tussen de agrarische waarde van de grond en de vrije waarde daarvan. De opvatting van belastingplichtige dat de aan belastingplichtigen geboden mogelijkheid van heretikettering daarmee een wassen neus (‘weinig zinvol’, in de woorden van belanghebbende) is geworden, wordt door het Hof niet meegenomen.

Wellicht nog belangrijker dan het resultaat bij heretikettering is deze uitspraak voor belastingheffing in de toekomst. Gelet op de achtergrond en rechtvaardiging voor de wijzigingen in de landbouwvrijstelling acht het Hof een compartimentering (een verdeling van de winst in een onbelast gedeelte, ontstaan voor 27 juni 2000, en een belast gedeelte, na die datum gegroeid) niet mogelijk. Het standpunt van de staatssecretaris wordt ondersteund; enkel het realisatiemoment van de winst is van belang.

Ondergrond niet los en waardedrukkend privégebruik
Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak van de Hoge Raad uit 1963 acht het Hof het niet mogelijk dat een belastingplichtige er voor kiest om enkel zijn (onder)grond te heretiketteren. Bij heretikettering is het alles of niets: grond en opstal of helemaal niets. Voor een ander oordeel bestaan, aldus het Hof, geen goede argumenten.

Onder verwijzing naar een besluit van de Staatssecretaris van 17 december 2001 wordt het waardedrukkend effect van zelfbewoning gesteld op 20%. Het besluit is, aldus het Hof, genomen ter voorkoming van discussie. Het genoemde percentage komt het Hof niet onredelijk voor, en een hogere waardedruk is niet aannemelijk geworden.
Tenslotte het probleem van de mensenrechten. Enkele belastingadviseurs zijn van mening dat het wijzigen van de landbouwvrijstelling met terugwerkende kracht in strijd zou zijn met bepalingen in enkele mensenrechtenverdragen. Zo zou het verbod op discriminatie geschonden zijn. Het Hof is echter van oordeel dat zich hier geen terugwerkende kracht voordoet. De wetswijziging is immers van kracht geworden op de dag dat het betreffende wetsvoorstel openbaar werd gemaakt. Daarmee bestaat er geen terugwerkende kracht.

Conclusie: onzekerheid blijft tot eventueel beroep in cassatie
De belastingdienst is met deze uitspraak vooralsnog op alle punten in het gelijk gesteld inzake de problematiek van de gewijzigde landbouwvrijstelling. Dat de motivering van het Hof velen niet zal kunnen overtuigen is zwak uitgedrukt. Beroep in cassatie, waarvan de uitkomst hopelijk op de kortst mogelijke termijn mag worden verwacht, zal duidelijkheid moeten brengen. Tot die tijd blijft onzekerheid bestaan, maar zal de fiscus zeker niet nalaten met deze uitspraken te schermen. Het is een schrale troost dat indien belastingplichtige deze procedure had gewonnen het de fiscus zou zijn geweest die ongetwijfeld beroep in cassatie had ingesteld. Ook dan zou onzekerheid over de einduitkomst zijn blijven bestaan. Dat neemt niet weg dat we deze procedures graag anders hadden zien eindigen.

Lees ook Problemen rondom de nieuwe landbouwvrijstelling

Meer informatie Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden I

Meer informatie Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden II

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.