Home

Achtergrond 280 x bekeken

Geen aftrek koopsom lijfrenten bij inbreng in BV als dit niet bedongen is

De belanginspecteur vond dat bij de verkoop van het bedrijf dat aan derden is verkocht, tijdens de voorperiode van de BV in oprichting, geen aftrek van lijfrenten koopsommen kon worden toegepast. Dit was namelijk niet bedongen tijdens de inbreng van de maatschap in de BV. Het Hof Arnhem stelde hem in deze in het gelijk. Het is dus van belang tijdig de aftrekbaarheid van koopsommen van lijfrente te bedingen bij de inbreng van de het bedrijf in een BV. In een later stadium staat de belastinginspecteur dat niet toe.

Een boerin vormt sinds 8 november 1994 een maatschap met haar man. Op 4 februari 1995 hebben zij een voorovereenkomst gesloten waarbij het bedrijf vanaf 1 februari 1995 voor rekening en risico komt van een op te richten BV. Op 4 augustus 1995 is de boerderij met ligboxenstal en weiland aan derden verkocht. De feitelijke levering inclusief de overdracht van de economische eigendom heeft op 1 september 1995 plaatsgevonden. Later is de juridische eigendom aan die derden overgedragen. Op 28 augustus 1995 is het echtpaar naar Frankrijk verhuisd. Op 3 oktober 1995 is de eerder genoemde BV tot stand gekomen. Op dat moment wordt alleen nog enig landbouwmaterieel, enig werkplaatsmaterieel en 26 stuks jongvee in de BV ingebracht.

Bij overeenkomst van 3 oktober 1995 heeft de boerin een direct ingaande lijfrente van fl. 20.870 bedongen tegen een koopprijs van fl. 333.679 (het bedrag van de stakingswinst) en voor een bedrag van fl. 96.991 (het saldo van de oudedagsreserve en de ingevolge artikel 45a , lid 1 tot en met 3 IB aftrekbare premie) een uitgestelde lijfrente van fl. 22.704. Op 12 oktober 1995 is een maatschap naar Frans recht opgericht waarin naast het echtpaar ook de nieuw opgerichte BV participeert. Ten behoeve van de maatschap is op 14 oktober 1995 een agrarisch bedrijf in Frankrijk gekocht.

Met de inspecteur oordeelt het Hof dat de koopsommen van de lijfrenten niet aftrekbaar zijn omdat zij niet bedongen zijn als tegenprestatie voor de overdracht van het agrarisch bedrijf aan de nieuw opgerichte BV. Met name is niet voldaan aan de eis van artikel 45, lid 5, onderdeel a, sub 2e IB. Dat het bedrijf vanaf 1 februari 1995 voor rekening en risico van de BV werd gedreven is volgens het Hof niet voldoende. Het bedrijf is blijkens HR 29 april 1981 BNB 1981/225 gedurende de voorperiode ondernemingsvermogen van het echtpaar gebleven.

Het is dus van belang tijdig de aftrekbaarheid van koopsommen van lijfrente te bedingen bij de inbreng van de het bedrijf in een BV. In een later stadium staat de belastinginspecteur dat niet toe.

Meer informatie bedrijfsoverdracht

  • ligboxenstal
  • Frankrijk
  • Of registreer je om te kunnen reageren.