Home

Achtergrond 135 x bekeken

"Bijna helft melkveehouders negatief inkomen door landbouwakkoord"

Door de hervorming van het EU-landbouwbeleid raakt 46 procent van de Nederlandse melkveehouders de komende jaren in de financiële problemen. Het inkomen daalt de komende jaten met zo’n € 9.000. Hun inkomen zal onvoldoende zijn om aflossing, vervangingsinvesteringen en privé-uitgaven te betalen. Dat verwacht de LTO-vakgroep Rundveehouderij, op grond van een rapport over de gevolgen van de hervormingen dat zij heeft laten maken door Alfa Accountants en Adviseurs.

Het inkomen van een gemiddelde melkveehouder (met 450.000 kilo melk) daalt de komende vier jaar, bij een gelijkblijvende toegevoegde waarde, met 9.000 euro, zo blijkt uit het onderzoek. Dat komt voornamelijk door een daling van de melkprijs voor de boer met 16 procent. Bij kleinere bedrijven (300.000 kilo) neemt het inkomen af met 6.000 euro, grotere bedrijven (800.000 kilo) leveren 16.500 euro in.

De inkomensdaling bedraagt ongeveer € 2 per 100 kilo melk. Hiermee is er nauwelijks bestedingruimte. Want over 2002 was de ruimte € 2,80 boven de kritieke melkopbrengst. Bij de kritieke opbrengst is de kasstroom genoeg om de aflossing, vervangingsinvesteringen en privé-uitgaven te betalen.

De inkomensdaling is veel minder dan werd verwacht op grond van de oorspronkelijke plannen van landbouwcommissaris Fischler. Die zouden het inkomen van een gemiddeld melkveebedrijf hebben verlaagd met 16.500 euro. Hoewel de geschetste ontwikkeling volgens LTO een reëel beeld geeft, heeft Alfa nog twee andere scenario’s doorgerekend. In het minimumscenario daalt de melkprijs 22 procent. Dan zou 62 procent in de financiële problemen komen. In het meest gunstige scenario daalt de melkprijs 11 procent, en zijn de inkomensgevolgen licht positief. Dit zal vooral afhangen van de zuivelbedrijven: in welke mate kunnen hun de toegevoegde waarde verhogen en daardoor een hogere melkprijs betalen.

Lees ook De hoofdpunten van het landbouwakkoord

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.