Home

Achtergrond 210 x bekeken

Overdrachtsbelasting verschuldigd bij overdracht aan "zoon"

Geen vrijstelling bij overdracht van boerderij door oude boer aan jonge boer, niet zijnde zijn zoon, met wie hij in één huishouding samenleefde als waren zij vader en zoon. De belastinginspecteur achtte de vrijstelling niet van toepassing. De ondernemer ging in beroep en het Hof Den Bosch gaf hem gelijk. De Hoge Raad stelde de inspecteur echter in het gelijk.

Een 67 jaar oude melkveehouder droeg in 1997 zijn boerderij over aan zijn 34-jarige "zoon" die sinds 1976 bij hem werkte en met wie hij in 1983 een maatschap tot exploitatie van die boerderij was aangegaan. Sinds 1990 vormden de oude boer en het jonge paar, niet zijnde familie, een gemeenschappelijke huishouding.

De boerderij is overgedragen op een wijze die in de agrarische sector gebruikelijk is tussen vader en zoon. Tussen hen bestaat evenwel geen bloedverwantschap. Het Hof had voor de overdracht van de boerderij vrijstelling van overdrachtbelasting verleend. Het had de beperking van de vrijstelling tot alleen overdrachten aan een groep bloed en aanverwanten te beperkt geacht en met name in strijd met artikel 26 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politike rechten en artikel 14 van het Europees verdrag tot bescherming van de rehcten van de mens.

De Hoge Raad vindt de beperking van de vrijstelling tot bloed- en aanverwanten niet discriminerend. Het gaat voor dit oordeel na wat de geschiedenis is van de vrijstelling en komt tot de conclusie dat deze voornamelijk bedoeld is om versnippering van de onderneming bij overgang op kinderen te voorkomen. Dat acht hij een voldoende rechtvaardiging voor beperking van de vrijstelling.

Meer informatie Volledige uitspraak van de Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.