Home

Achtergrond 91 x bekeken

LEI: forse daling inkomens landbouw in 2002

De gezinsinkomens in de Nederlands land- en tuinbouw zijn in 2002 bijna over de hele linie gedaald. Alleen de sierteelt (snijbloemen en potplanten) en in mindere mate de leghennenhouderij deden het goed. Het was een slecht jaar voor de intensieve veehouderij en akkerbouw. Dat blijkt uit het Landbouw Economisch Bericht, dat het Landbouw Economisch Instituut (LEI) presenteert. Het gemiddeld gezinsinkomen in de agrarische sector was vorig jaar 26.000 euro. Het blijft daarmee achter bij 2001, ook al een matig jaar.

Veel bedrijven hadden te maken met negatieve besparingen. Dat wil zeggen dat zij moesten interen op het vermogen om het bedrijf draaiende te houden en de gezinsuitgaven te betalen.De slechte resultaten werden vooral veroorzaakt door lage prijzen: waar de winkelprijzen stegen, beurden boeren en tuinders juist minder. Bovendien liepen de productiekosten op. De productieomvang bleef ongeveer gelijk.

De versnelde afname van het aantal bedrijven ging door. Het aantal daalde in 2002 met 3,5 procent tot onder de 90.000. De overblijvende bedrijven worden groter: gemiddeld 22 hectare en 85 NGE (Nederlandse Grootte Eenheid, de opbrengst per diersoort of per hectare verminderd met de kosten).

De negatieve besparingen in de intensieve veehouderij (soms tot 60.000 euro) waren vooral het gevolg van een groei van die sector in andere landen; dit drukte de prijzen van varkens- en pluimveevlees. Het inkomen van de leghennenhouders bleef op peil. In de akkerbouw daalden de inkomens flink en beleefden zij de slechtste resultaten van de afgelopen twintig jaar. De glasgroentesector kroop vorig jaar weer wat uit het dal, na de desastreuze resultaten van 2001. De besparingen bleven gemiddeld echter negatief (-18.000 euro).

De biologische land- en tuinbouw stagneerde. Het areaal groeide weliswaar met 12 procent tot 2,2 procent van de cultuurgrond, maar de productie is nog altijd minder dan 1,5 procent. Waar het nieuwe kabinet streeft naar 10 procent productie-aandeel in 2010, is hier nog een hoop te doen. Het LEI merkt wel op dat de inkomens van biologische melkveehouders en akkerbouwers aanzienlijk beter zijn dan die van hun gangbare vakbroeders.

Het kabinet heeft daarnaast ingezet op agrarisch natuurbeheer. Volgens het LEI beheren circa 11.000 bedrijven samen zo’n 90.000 hectare natuur. Dit draagt echter nauwelijks bij aan het boereninkomen. (Bron: Agd)

Tabel met exacte inkomenscijfers

Nieuwe pagina 1
Inkomens en besparingen (1.000 euro) van land- en tuinbouwbedrijven, 1996-2002

gezinsinkomen uit bedrijf per ondernemer

besparingen per bedrijf

1996-2000

2001 2002 (r) 1996-2000 2001 2002 (r)
glasgroentenbedrijven 64 19 29 33 -37 -18
snijbloemenbedrijven 47 48 64 16 5 25
potplantenbedrijven 53 43 63 24 5 31
champignonkwekerijen 37 40 8 8 1 -37
opengrondsgroentebedrijven 32 37 32-42 6 8 0-10
fruitteeltbedrijven 16 38 30-40 -3 12 4-14
bloembollenbedrijven 57 60 35-45 37 45 20-30
boomkwekerijen 45 46 39-47 17 19 11-19
akkerbouwbedrijven a) 23 31 5 0 13 -21
veenkoloniën b) 30 26 18 4 2 -9
melkveebedrijven 22 24 19 7 10 1
fokvarkensbedrijven 22 21 -11 3 3 -40
vleesvarkensbedrijven 9 9 -21 -6 -6 -36
gesloten varkensbedrijven 27 25 -18 11 10 -58
leghennenbedrijven 41 39 43 23 20 20
vleeskuikenbedrijven      14 37 -35 -6 28 -65

a) alle bedrijven tussen 16 en 800 NGE (Nederlandse Grootte Eenheid)

b) grotere akkerbouwbedrijven tussen 40-800 NGE

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.