Home

Achtergrond 274 x bekeken

De hoofdpunten van het landbouwakkoord

De Europese landbouwministers gisteren bereikten een akkoord over de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Het EU-landbouwbudget blijft binnen afgesproken plafond van bijna 40 miljard euro tot en met 2006. Daarna inflatiegewijze verhoging, van 45 miljard euro in 2007 naar 48,5 miljard euro in 2013. Door de uitbreiding van de EU is handhaven budget alleen mogelijk door inkomenstoeslagen te verlagen. De EU-ministers nemen jaarlijks een besluit over de verlaging om binnen het budget (minus een veiligheidsmarge van 300 miljoen euro) te blijven.

ALGEMEEN
* Ontkoppeling van productie en steun is de nieuwe regel in het Europees landbouwbeleid;
* Lidstaten kunnen kiezen wanneer het nieuwe systeem ingaat: op z’n vroegst in 2005, uiterlijk in 2007;
* Nederland voert het hervormde landbouwbeleid, met één subsidiebedrag per bedrijf in plaats van verschillende gebaseerd op productie, in 2005 in.
* Bij uitstel bepaalt de Europese Commissie het budget voor directe steun dat die lidstaat mag verstrekken, om oneerlijke concurrentie in de EU te voorkomen;

ONTKOPPELING
* Introductie van één steunbedrag per bedrijf, gebaseerd op ontvangen subsidies in de periode 2000-2002;
* Er komt een nationale enveloppe voor knelgevallen (vooral boeren die in de referentieperiode land hebben verkocht dan wel gekocht);
* Gedeeltelijke ontkoppeling is mogelijk op nationaal en regionaal niveau; lidstaten hebben de keuzes uit verschillende opties in bepaalde sectoren;
* Uitbetaling van steun is afhankelijk van het voldoen aan Europese regels op het gebied van onder meer milieu, natuur, dierenwelzijn en diergezondheid;
* Lidstaten kunnen aparte steun invoeren in bepaalde regio’s voor permanent grasland en gewassen;
* Lidstaten mogen extra betalingen doen om bepaalde vormen van landbouw te stimuleren die van belang zijn voor behoud of verbetering van het milieu.

PLATTELAND
* Een deel van de landbouwsteun wordt overgeheveld naar plattelandsontwikkeling - de zogeheten modulatie;
* Boeren worden daartoe in 2005 3 procent gekort op hun directe inkomenssteun. In 2006 is dat 4 procent, van 2007 tot en met 2012 gaat het jaarlijks om 5 procent;
* Er geldt een vrijstelling tot 5.000 euro: bovenstaande kortingen worden dus in mindering gebracht op de bedragen die de 5.000 euro te boven gaan;
* Lidstaten zijn vrij om ten minste tachtig procent van het geld dat deze modulatiemaatregel oplevert, te besteden aan plattelandsontwikkeling in eigen land. De rest wordt vanuit Brussel verdeeld.

GRANEN
* Ontkoppeling voor 75 procent; een kwart van de steun in deze sector blijft gekoppeld aan de productie. Lidstaten kunnen ook volledig ontkoppelen;
* Interventieprijs granen (tarwe, gerst, maïs) wordt toch niet verlaagd. De minimumprijs blijft € 101,31 per ton, de compensatie 63 euro per ton tot aan de invoering van het ontkoppelde steunbedrag per bedrijf;
* De extra betaling voor teelt van gewassen ten behoeve van hun vezels (zoals hennep) wordt verhoogd van 19 naar 24 euro per ton. ;
* Het verplichte braakpercentage blijft tien, maar roterende braak is mogelijk.

AARDAPPELEN
* In de zetmeelaardappelteelt wordt 40 procent van de huidige directe inkomenssteun geïntegreerd in de nieuwe steunbetaling per bedrijf.
* De productierestitutie voor zetmeel blijft behouden.
* De minimumprijs voor aardappelzetmeel blijft, maar wordt verlaagd.
* Het is verboden consumptieaardappelen, groente en fruit te telen op land dat wordt meetelt bij de vaststelling van steun (om de teelt van deze vrije gewassen te beschermen tegen oneerlijke concurrentie).

VLEES
* Lidstaten mogen volledig ontkoppelen, maar er is een reeks uitzonderingen mogelijk. Dit is afhankelijk van diersoort en lidstaat. Gemiddeld blijft 40 procent gekoppeld aan productie;
* De zoogkoeienpremie mag volledig worden geïntegreerd in het nieuwe systeem van één steunbedrag per bedrijf. Ook de helft van de huidige schapen- en geitenpremies wordt geïntegreerd in de nieuwe betaalwijze per bedrijf.
* In Nederland blijft de steun voor kalveren blijft gekoppeld aan het dier.

ZUIVEL
* Zuivelhervorming begint een jaar vroeger, in 2004;
* Integratie zuivelsteun in nieuwe steunbedrag per bedrijf pas ingevoerd na afronding hervorming Agenda 2000;
* Melkquota blijven tot en met 2013. Geen extra quotumverhoging in 2007 en 2008 (afhankelijk van marktsituatie). De quotumverruiming volgens Agenda 2000 begint een jaar later: telkens 0,5 procent in 2006/2007, 2007/2008 en 2008/2009;
* Verlaging van interventieprijs boter van 2004 tot en met 2006 met jaarlijks 7 procent. In 2007 volgt laatste verlaging met 4 procent;
* Verlaging interventieprijs mageremelkpoeder met jaarlijks 5 procent in 2004, 2005 en 2006;
* Compensatie is € 11,81 per ton in 2004, € 23,65 in 2005 en € 35,50 in 2006 en volgende jaren.
* Boterinterventie wordt beperkt. In 2004/2005 is dat nog 70.000 ton, daarna volgen jaarlijkse verlagingen met 10.000 ton tot in 2008/2009 de bodem is bereikt met 30.000 ton.

(Bron: Agd)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.