Home

Achtergrond 236 x bekeken

Badwill: ook van toepassing in het boerenbedrijf?

Het begrip ‘goodwill’ is een bekend fenomeen, waarvoor bij overname meestal een vergoeding wordt betaald. Dat is ook logisch. Een onderneming met een goede omzet en dito resultaat is meer waard dan eenzelfde onderneming die veel minder mooie cijfers laat zien. Naast goodwill kennen we uiteraard ook ‘badwill’. Het rendement van de onderneming zit dan onder het rendement dan men kon en mocht verwachten. De badwill komt tot uitdrukking in een veel lagere prijs bij verkoop. Vreemd genoeg hebben we in de praktijk betrekkelijk weinig met badwill van doen, zeker in de agrarische sector.

Een van de grote problemen in de agrarische sector is het achterblijvende rendement. Zeker in de grondgebonden sectoren is het rendement zeer laag. Als de ondernemer alle uren die in de onderneming gewerkt worden zou rekenen (en de uren van de partner en vaak ook nog die van de ouders) blijft er van de winst helemaal niets over. Over het rendement op het in de onderneming geïnvesteerde vermogen kunnen we maar beter zwijgen. Veel ondernemers zijn al blij als ze het rendement op het vreemd (geleende) vermogen kunnen opbrengen. De agrarische economie heeft blijkbaar zijn eigen wetten en regels.

Als we de begrippen ‘badwill’ en ‘agrarisch bedrijf’ combineren dan ligt de conclusie voor de hand. Verreweg de meeste bedrijven in de agrarische sector behalen een dusdanig rendement dat er sprake is van badwill. Dat zou betekenen dat een agrarische onderneming met een forse korting op de boekwaarde verkocht zou moeten worden. Zo’n korting zou betekenen dat de overdrager bij verkoop verlies maakt en dat de overnemende partij de onderneming voor een acceptabel bedrag in handen kan krijgen.

Badwill geaccepteerd door Hof
Een recente beslissing van het Gerechtshof Den Haag, waarin het Hof in een concreet geval het bestaan van badwill accepteerde, heeft voor wat opwinding gezorgd. Bij overname door de zoon van de ondernemer werd de prijs bepaald aan de hand van het eigen vermogen van de onderneming, vermeerderd met een stille reserve in het pand, maar gelet op de behaalde resultaten verminderd met een bedrag aan badwill. Het Hof accepteerde de badwill en vond de verkoopprijs niet onzakelijk laag.

Volgens de inspecteur had de ondernemer zijn onderneming niet voor zo weinig geld hoeven te verkopen. Hij had de zaak ook kunnen opheffen (liquideren). De ondernemer had echter goede motieven om dat niet te doen. Zo had hij in dat geval het voltallige personeel moeten ontslaan. Ook moest hij nog maar afwachten wat bij liquidatie zijn voorraden zouden opbrengen. Ook hierin gaf de rechter hem gelijk.

Betekenis voor de landbouw
Het is nog maar de vraag of deze uitspraak voor de agrarische sector van grote betekenis is. Zolang er kopers (vaak elders uitgekochte boeren of personen die een bestaand bedrijf uitbreiden) te vinden zijn die voor een bedrijf een hoog bedrag op tafel leggen, zonder zich daarbij iets aan te trekken van het te verwachten rendement is het begrip badwill niet relevant. De badwill bestaat eenvoudigweg niet als door het lage rendement de prijs van de onderneming niet daalt. Van meer belang is deze uitspraak voor het successie- en schenkingsrecht. In de nieuwe bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt de waarde van een bedrijf gesteld op ten minste de liquidatiewaarde. Wat het Hof daarover in deze procedure beslist heeft geldt ook voor de Successiewet. Daarom zou deze procedure ook voor de agrosector wel eens zeer relevant kunnen zijn.

Lees ook Badwill bij overdracht onderneming aannemelijk gemaakt

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.