Home

Achtergrond 165 x bekeken

Vraagtekens bij uitspraak over Wet Herstructurering Varkenshouderij

De rechtszaken rondom de Wet Herstructurering Varkenshouderij lopen al sinds 1998. Voor acht pachters en een verpachter uit Oostburg is nu voor een deel duidelijkheid ontstaan met de uitspraak van de rechter. Bureau Heffingen heeft hen ten onrechte geen varkensrechten toegekend, maar die rechten krijgen ze niet alsnog.

Voor de pachters was de gang naar het College van Beroep van het Bedrijfsleven (CBB) de laatste mogelijkheid om gelijk te krijgen, erkent advocaat Joost de Rooij. Nog wel bestaat de mogelijkheid via de burgerlijke rechter schadevergoeding te eisen. ”Maar feitelijk is de keuze voor deze mensen: stoppen of doorgaan”, benadrukt De Rooij. ”Kopen ze als nog varkensrechten die vanaf januari 2005 waarschijnlijk worden afgeschaft, of stoppen ze met hun bedrijf.”

Advocatenkantoor Linssen heeft diverse zaken over de Wet Structurering Varkenshouderij in behandeling. In veel gevallen gaat het om bedrijven die verschillende samenwerkingsverbanden hebben. Vaak zijn dat akkerbouwers, die hun bedrijf willen uitbreiden met een varkenshouderijtak. De eerste rechtszaken dateren uit 1998 bij de inwerkingtreding van de Wet Herstructurering Varkenshouderij. Op basis van die wet moesten boeren varkensrechten aanvragen bij Bureau Heffingen, die de rechten soms wel en soms niet verleende. Vooral bij samenwerkingsverbanden zijn de varkensrechten vaak niet toegekend, constateert De Rooij. (Bron: Agd)

Afwijzingsgronden voor toekenning

Bureau Heffingen hanteerde in deze twee afwijzingsgronden:

Pachovereenkomst van voor juni 1997
De betrokken boeren moesten volgens de dienst al voor juli 1997 een pachtovereenkomst hebben voor het land of de stal voor de varkens. Daarnaast moesten de stallen ook voor 10 juli 1997 in gebruik zijn. Die datum stond niet in de wet, waarop de rechter oordeelde dat de bewuste boeren onterecht geen varkensrechten is verleend.

Het CBB komt echter met een eigen interpretatie van de wet, op basis waarvan de boeren niet alsnog aanspraak kunnen maken op de varkensrechten. Volgens de rechter moet een directe relatie bestaan tussen het aanvragen of verkrijgen van de milieuvergunning voor het houden van varkens en het aanvragen of verkrijgen van de productierechten. De Rooij heeft daar grote twijfels bij. In de praktijk komt het volgens hem zo goed als nooit voor dat een boer al productierechten aankoopt voordat hij duidelijkheid heeft over zijn milieu- en bouwvergunning. Met de productierechten is veel geld gemoeid. Op het moment dat hij de benodigde vergunningen niet krijgt, levert dat een grote financiële strop op.

Milieuvergunning verplicht
Daarnaast noemt de rechter het aanvragen en verkrijgen van de milieuvergunning in een adem. Tussen aanvraag en verkrijgen zit vaak een periode van twee of drie jaar, benadrukt De Rooij.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.