Home

Achtergrond 88 x bekeken

Verenigingen geen partij in zaken tegen Habitat- en Vogelrichtlijn

Alleen direct belanghebbenden kunnen in beroep gaan tegen de aanwijzing van gebieden in het kader van de Habitat- en de Vogelrichtlijn. Veel partijen als verenigingen en stichtingen zijn de laatste tijd in beroep gegaan tegen deze aanwijzing. De Raad van State verklaarde dat deze partijen geen direct belang hebben en dus niet in beroep kunnen gaan.

De rechter erkent de gewestelijke land- en tuinbouworganisaties niet als vertegenwoordigers van plaatselijke boeren bij de beroepszaken tegen de aanwijzing van gebieden in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Bezwaren van de WLTO en NLTO zijn door de Raad van State niet-ontvankelijk verklaard. Beroepszaken van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) zijn ongegrond verklaard.

Derde partijen kunnen alleen de procedure ingaan als het aangevochten besluit direct de doelstelling van de stichting of vereniging aantast. In het geding komt de WLTO echter op voor een beperkt aantal belangen. Dat sluit volgens de rechter niet aan bij de doelstelling van de WLTO en daarom is de WLTO niet-ontvankelijk.

Het is dus zaak om als direct belanghebbende boeren, eventueel samen in beroep te gaan tegen de aanwijzing van de gebieden.

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State in geding WLTO en LNV

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.