Home

Achtergrond 92 x bekeken

Renovatie pluimveestal was geen vervaardiging nieuw goed

Een pluimveehouder renoveerde zijn stal zeer gronding, hij had niet geopteerd voor de normale BTW-heffing. De belastingdienst legde hem een aanslag op, want deze beoordeelde de renovatie als nieuwe vervaardiging. Het Hof in Den Bosch was het daar niet mee eens en stelde de ondernemer in het gelijk.

Een ondernemer exploiteerde een pluimveebedrijf middels het opfokken en afmesten van kalkoenen. In 1985 had hij een pluimveestal aangekocht. Deze liet hij in de jaren 1995/1996 renoveren. Belanghebbende had niet geopteerd voor de normale BTW-heffing (artikel 27, lid 6 Wet OB).

In geschil was of hij in verband met de ingebruikname van de gerenoveerde stal de zogenaamde integratieheffing (“3-1-h”) was verschuldigd.Hof Den Bosch overwoog dat de gebruiksmogelijkheden (opfokken en afmesten) ongewijzigd waren gebleven, dat de betonvloer, gas-, water- en stroomaansluiting intact waren gebleven, dat de capaciteit niet was gewijzigd en dat het uiterlijk van de stal niet ingrijpend was gewijzigd (het vervangen van astbesthoudende golfplaten door astbestvrije golfplaten en het vervangen van betonnen zijwanden door opgemetselde muren).

In dat licht was naar maatschappelijke opvattingen geen sprake van het vervaardigen van een nieuw goed. De naheffingsaanslag was niet terecht. Het beroep was gegrond.

Volledige uitspraak van het Hof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.