Home

Achtergrond 530 x bekeken

Planschade niet te verhalen op private partijen

Op 2 mei 2003 heeft de Hoge Raad een principiële uitspraak gedaan over de toelaatbaarheid van een overeenkomst, waarbij de gemeente planschade op grond van artikel 49 WRO verhaalt op een private partij. Hiermee is het voor de gemeenten niet mogelijk de planschadevergoeding te verleggen naar de ontwikkelaar.

Enkele jaren geleden werd de eerste procedure gevoerd, waarin een private partij de nietigheid inriep van een overeenkomst, waarbij een gemeente de planschade verhaalde op de private partij. Een dergelijke overeenkomst wordt in de praktijk veelvuldig gesloten tussen de gemeente, die planologische medewerking moet verlenen aan de realisering van een bouwplan, en een private partij, die veelal het initiatief heeft genomen voor het bouwplan en in ruil voor de gemeentelijke medewerking bereid is om de mogelijke planschade voor zijn rekening te nemen.

In diverse procedures hebben drie rechtbanken de overeenkomst tot verhaal van planschade toelaatbaar geacht. Het Gerechtshof te Arnhem heeft evenwel in mei 2002 geoordeeld, dat de afspraak niet toelaatbaar is omdat deze in strijd is met het systeem van de WRO. De overeenkomst tussen de gemeente en de projectontwikkelaar werd nietig verklaard. Op 2 mei 2003 heeft de Hoge Raad zich hierbij aangesloten.

Uit de Nota Grondbeleid van 2001 blijkt dat de regering het plan heeft om via een zogenaamde grondexploitatieheffing het verhaal van planschade op een private partij mogelijk te maken. Hiervoor is echter nog geen wettelijk kader ontwikkeld. Tot die tijd lopen gemeenten, die een overeenkomst met een private partij tot het verhaal van planschade hebben gesloten, het risico dat de private partij de nietigheid van dit beding inroept.

Te verwachten valt dat de VNG naar aanleiding van dit arrest in politiek Den Haag zal aandringen op de spoedige invoering van de wettelijke mogelijkheid tot verhaal van planschade, nu gebleken is dat daaraan in de praktijk van gemeentezijde grote behoefte bestaat. (Mr. Manon Wagenaar)

Toelichting op uitspraak van de Hoge Raad

Bij arrest van 2 mei 2003 heeft de Hoge Raad zich aangesloten bij het oordeel van het Gerechtshof. De Hoge Raad stelt in het arrest dat bij een besluit tot vaststelling of herziening van een bestemmingsplan voor de gemeenteraad het – algemene – belang van een goede ruimtelijke ordening het criterium dient te zijn, ook in een situatie waarin een voorgenomen herziening in overwegende mate het belang dient van particulieren.

De Hoge Raad geeft aan dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot verhaal van de kosten die voor een gemeente verbonden zijn aan de wettelijke verplichting tot vergoeding van planschade. Voor zover de wet voorziet in het verhaal van kosten die voortvloeien uit de uitoefening van de gemeentelijke taak op het gebied van de ruimtelijke ordening, zijn aan die verhaalsmogelijkheden beperkingen verbonden. De Hoge Raad memoreert dat bij het mogelijk bedingen van een financiële bijdrage op grond van artikel 42 WRO, het vaste jurisprudentie is dat de gemeente haar uit de overeenkomst voortvloeiende aanspraken niet geldend kan maken als de bepalingen van de toepasselijke exploitatieverordening niet in acht zijn genomen.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot verhaal van kosten door verdiscontering in de gronduitgifteprijs. Buiten deze mogelijkheden voorziet de wet slechts in de mogelijkheid tot verhaal van exploitatiekosten op particulieren door het heffen van baatbelasting, terwijl (sommige) plankosten door het heffen van leges kunnen worden verhaald. Naast deze gevallen is het niet mogelijk voor een gemeente om kosten te verhalen op een private partij.

De Hoge Raad hecht zeer aan het ontbreken van rechtsbescherming voor de particulier, die een overeenkomst tot verhaal van planschade met de gemeente sluit. Dat verzet zich tegen aanvaarding van de geldigheid van het beding. De Hoge Raad wijst er hierbij op dat de particulier met bouwplannen is aangewezen op medewerking van de gemeente en verkeert in die zin in een afhankelijke positie. De particulier kan echter bij de afhandeling van een planschadeverzoek door de gemeente geen enkele formele rol spelen. Hij is niet bevoegd om bezwaar of beroep in te stellen en vanwege dit gebrek aan rechtsbescherming is het verhaal onaanvaardbaar. Alleen een wettelijke regeling, waarbij de nodige grenzen zouden kunnen worden gesteld, zou in die bezwaren kunnen voorzien.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.