Home

Achtergrond 116 x bekeken

Hogere WW-premie voor werkgevers seizoenswerklozen

De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) stelt minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de sectorale WW-premie voor de eerste zes maanden van werkloosheid (de zogeheten wachtgeldpremie) onderscheid te maken bij de premieheffing tussen groepen werkgevers die veel of weinig werkloosheidslasten veroorzaken. Dit als oplossing voor het ontbreken van WW-aanspraken bij cyclische arbeid.

De raad stelt dit als oplossing in de discussie over het ontbreken van WW-aanspraken voor werknemers, indien er sprake is van zogeheten cyclische arbeid. Dat is werk dat in een deel van het jaar is geconcentreerd, zoals in de glastuinbouw, akkerbouw en in de grond-, water- en wegenbouw.

Om afwenteling van bedrijfsrisico's op de WW tegen te gaan hebben werknemers met cyclische arbeid sinds enige tijd geen recht meer op WW. Volgens de RWI moet oneigenlijk gebruik van de WW inderdaad worden bestreden, maar leidt de huidige regeling voor cyclische arbeid ook tot ongewenste effecten, bijvoorbeeld op het functioneren van de arbeidsmarkt in de sectoren waar veel cyclische arbeid voorkomt.

De RWI vindt dat bedrijven allereerst zelf de plicht hebben hun werkgelegenheid zo goed mogelijk door het jaar te spreiden. Daarnaast is het advies om in de sectorale WW-premie voor de eerste zes maanden van werkloosheid (de zogeheten wachtgeldpremie) onderscheid te maken bij de premieheffing tussen groepen werkgevers die veel of weinig werkloosheidslasten veroorzaken. Indien de minister een dergelijke vorm van premiedifferentiatie introduceert, kan de huidige beperking van WW-aanspraken vervallen voor werknemers die cyclische arbeid verrichten en zullen de lasten voor de werkgevers dus toenemen.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.