Home

Achtergrond 121 x bekeken

Geen recht op subsidie wanneer splitsing van bedrijf onvolledig is

Een ondernemer exploiteert een fruitteeltbedrijf op 15 hectare. Hij vraagt in het kader van de Regeling Stimulering Biologische Productiemethode een subsidieaanvraag in. De aanvraag heeft betrekking op 12 hectare appels en peren. De overige drie hectare verpacht hij aan zijn echtgenote. LASER kent na controle de subsidie niet toe, aangezien het alleen mogelijk is voor het gehele bedrijf.

Het fruitteeltbedrijf is in 1998 15 hectare groot. Voor het jaar 1999 dient hij een aanvraag in op grond van de regeling Stimulering Biologische Productiemethode in. De aanvraag heeft alleen betrekking op 12 hectare waarop appels worden geteeld. Desgevraagd deelt de ondernemer mee dat dit zijn gehele bedrijf omvat, waarna de subsidie wordt toegekend.

In het jaar daarna stelt LASER een onderzoek in. Hieruit blijkt dat het deel van de grond waarop peren en kersen worden geteeld door hem in de loop van 1999 mondeling is verpacht aan zijn echtgenote. De bedrijfsmiddelen voor beide ondernemingen bevinden zich in dezelfde bedrijfsgebouwen. De ondernemer verricht werkzaamheden voor de onderneming van zijn echtgenote. LASER komt tot de conclusie dat er op het tijdstip van de subsidietoekenning sprake is van één onderneming. De regeling geldt uitsluitend voor de gehele onderneming, dat is niet het geval. De subsidie wordt daarom ingetrokken.

De ondernemer voert aan dat de teelt van kersen al sinds 1997 voor rekening van zijn echtgenote plaatsvindt. De perenboomgaard is aan haar verkocht. Om bedrijfseconomische redenen worden de boekhouding en de inkoop voor beide ondernemingen door hem gedaan. Ter ondersteuning overlegt hij accountantsrapporten voor beide ondernemingen. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven is van mening dat in dit geval van één onderneming moet worden gesproken. Weliswaar moet LASER bij de beoordeling in principe uitgaan van gegevens uit de laatste landbouwtelling, maar indien daarvoor goede gronden zijn mogen ook andere gegevens in de afweging worden betrokken. Ten tijde van het besluit tot intrekking waren de bedrijfsactiviteiten nog zo verweven, dat er sprake is van één bedrijf.

Het beroep van de ondernemer is ongegrond.

Meer informatie Uitspraak College van Beroep voor het Bedrijfsleven

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.