Home

Achtergrond 110 x bekeken

Feitelijke overeenstemming bepalend beoordeling naderende bestemmingswijziging

Het moment van het bereiken van overeenstemming telt voor het beoordelen van de omstandigheden of er sprake is van een naderende bestemmingswijziging. De Wet op de inkomstenbelasting geeft een zes-jaars termijn hiervoor. De termijn begint te tellen vanaf het moment van het bereiken van feitelijke overeenstemming. Het moment van definitieve schriftelijke vastlegging en notarieel transport zijn daarbij niet van belang, aldus een uitspraak van het Hof in Amsterdam.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet), voor zover hier van belang, behoren niet tot de winst voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van waardeveranderingen van gronden, behoudens voor zover de waardeverandering in de uitoefening van het bedrijf is ontstaan of verband houdt met de omstandigheid dat de grond voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zal worden aangewend. Voor de beoordeling of het met de transactie behaalde voordeel niet tot de winst behoort is van belang of de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de verkoop, naar objectieve maatstaven beoordeeld, een redelijke kans bestond dat het verkochte cultuurland binnen zes jaar anders dan agrarisch zouden worden aangewend.

Met betrekking tot het tijdstip waarop de verkoop is gesloten leidt het Hof uit de gedingstukken af dat tussen belanghebbende en een B.V. op 1 juli 1997 wilsovereenstemming bestond over de verkoop van de desbetreffende percelen grond. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat in de koopovereenkomst die op 27 augustus 1997 is ondertekend in de aanhef staat vermeld dat het een concept van 1 juli 1997 betreft en een derde versie. Ook uit verdere briefwisseling bleek dat al per 1 juli er een wilsovereenstemming was. Het Hof hanteerde als beoordelingsmoment 1 juli 1997.

Blijkens de genoemde overeenkomst verkreeg belanghebbende ter zake van de verkochte percelen een gebruiksrecht tot 1 augustus 2003. Weliswaar is met betrekking tot perceel sectie a, nr. b een voorbehoud gemaakt ten aanzien van dit recht in zoverre dat dit eindigt uiterlijk 1 augustus 2003 of zoveel eerder als koper het verkochte nodig heeft voor werkzaamheden in het kader van de infrastructuur en/of voor het bouwrijp maken ten behoeve van woningbouw en/of andere bouwwerken maar het Hof acht het naar objectieve maatstaven geoordeeld niet waarschijnlijk dat dit gebruiksrecht ook daadwerkelijk zou worden opgezegd vóór 1 augustus 2003.

De Hof oordeelde dat de winst onbelast was.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Hof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.