Home

Achtergrond 292 x bekeken

Badwill bij overdracht onderneming aannemelijk gemaakt

Een ondernemer verkoopt zijn onderneming aan zijn zoon, voor een lager bedrag dan hij wellicht bij liquidatie van de onderneming had zullen ontvangen. Er is dus sprake van badwill. Op grond van het behaalde rendement kan volgens de rechter niet worden gezegd dat de verkoopprijs onzakelijk was. Belanghebbende had goede persoonlijke en sociale motieven de onderneming niet te liquideren. De badwill is daarom terecht in aanmerking genomen.

Een ondernemer had een eenmanszaak onder de naam Elektro A. Hij heeft in 1999 zijn onderneming per 1 januari 1999 overgedragen aan zijn in de onderneming werkzame zoon. De overnameprijs is vastgesteld op ƒ 500.000, onder andere berekend op basis van ƒ 174.750,= badwill, de Inspecteur achtte deze badwill echter niet aanwezig.

Voor de bepaling van de goodwill of badwill van een onderneming dient rekening te worden gehouden met normale, zakelijke beloningen voor de ondernemer zelf en zijn meewerkende echtgenote en met een normaal rendement op het eigen geïnvesteerde vermogen. De gemiddelde genormaliseerde winst van belanghebbende - waarin hiermee geen rekening is gehouden - bedroeg, naar belanghebbende stelt en het Hof aannemelijk acht, circa ƒ 85.000 per jaar.

De reële ondernemersbeloning werd gesteld op ƒ60.000,=. Ook wanneer rekening wordt gehouden met de als reëel geachte extra kosten voor administratief en winkelpersoneel van ƒ 40.000, laten naar 's Hofs oordeel geen andere conclusie toe dan dat onmiskenbaar sprake was van een onderrentabiliteit. Hiermee rekening houdend kan niet worden gezegd dat de overeengekomen verkoopprijs niet op een zakelijke grond is gebaseerd.

Naar 's Hofs oordeel had belanghebbende goede persoonlijke en maatschappelijke redenen om zijn onderneming niet te liquideren, doch, met in aanmerkingneming van badwill, deze over te dragen aan een opvolger. Door de overdracht van zijn onderneming heeft belanghebbende voorkomen dat hij - in een kleine gemeenschap op het Zeeuwse platteland - tien werknemers moest ontslaan. Belanghebbende heeft een alleszins redelijke afweging gemaakt door te kiezen voor voortzetting door overdracht aan zijn zoon.

De correctie van ƒ 175.500 is terecht door belanghebbende aangevochten en kan niet in stand blijven.

Meer informatie Volledige uitspraak van het hof

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.