Home

Achtergrond 91 x bekeken

Vraagtekens bij rechtsgeldigheid nieuwe geuremissiefactoren

Begin mei worden via een ministeriele regeling hoogstwaarschijnlijk nieuwe geur-omrekeningsfactoren gepubliceerd. Deze factoren worden door gemeenten gebruikt om de geuruitstoot van een bedrijf vast te stellen. Gezien de vraagtekens die bij de rechtsgeldigheid zijn te plaatsen, is het denkbaar dat de Raad van State de betreffende regeling onderuit schoffelt.

Geurmetingen, uitgevoerd door de IMAG, hebben uitgewezen dat veel van de huidige factoren aan vervanging toe zijn. Voor sommige diersoorten, met name de fokzeugen en de melkgeiten, worden de factoren fors aangescherpt. De uitbreidingsmogelijkheden zullen daardoor flink afnemen. Voor kraamzeugen verandert de norm bijvoorbeeld van 1,5 naar 0,8 zeugen per MVE. Bij biggen van 11,0 naar 3,0 dieren per MVE, en guste- en dragende zeugen van 3,0 naar 1,1. Ook voor een aantal emissiearme stalsystemen worden de normen aangescherpt.

Volgens de concepttekst van de regeling maken de factoren onderdeel uit van de Stankwet die bedoeld is voor de reconstructiegebieden. Die manier van invoeren zal in de praktijk beslist discussie geven. De Stankwet voor de reconstructiegebieden treedt pas in werking als er reconstructieplannen zijn vastgesteld. Die vaststelling zal zeker nog maanden op zich laten wachten. Zullen de factoren dan wel direct gelden? Ook is het de vraag of de factoren, nu zij formeel verbonden zijn aan de reconstructiegebieden, van toepassing zijn op de rest van Nederland?

Volgens het ministerie is het wel de opzet dat de factoren direct en in geheel Nederland gelden. Alle gemeenten moeten er dus direct mee aan de slag. Zij verdedigt dat door te stellen dat de factoren na invoering gezien moeten worden als meest recent milieutechnisch inzicht.

De grote vraag is echter of zij daarin gelijk heeft of krijgt. Oppervlakkig bezien heeft de Raad van State meermalen uitgesproken dat een gemeente in de toepassing van de Richtlijn Veehouderij en stankhinder 1996 een zekere beoordelingsvrijheid toekomt, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten voortvloeit.

Er zijn echter ook al genuanceerdere uitspraken gedaan die duidelijk maken wat wel en wat niet onder recent milieutechnisch inzicht mag worden verstaan. Tot nu toe stelde de Raad van State de huidige geuronderzoeken van de IMAG niet gelijk aan meest recente milieutechnische inzicht. Vooral omdat die onderzoeken nog niet zijn verwerkt in officieel beleid of regelgeving. Zodra de uitslagen van de onderzoeken opgenomen zijn in de gepubliceerde ministeriele regeling valt dat tegenargument weg.

Dan rest nog dat de normen mogelijk inhoudelijk niet deugen. Dat dat aan de kaak is te stellen is te herleiden uit jurisprudentie. Algemeen verbindende voorschriften mogen sowieso, zie het Landbouwvliegersarrest van de Hoge Raad uit 1986, getoetst worden aan rechtsbeginselen (bijvoorbeeld het verbod tot willekeur). Toegespitst op de geuronderzoeken van de IMAG was de Afdeling tot nu toe vernietigend over de kwaliteit en dus bruikbaarheid daarvan. In een recente uitspraak staat: ‘zo zijn onder andere de gegevens met betrekking tot de geuremissie van vleeskalveren uit het rapport slechts gebaseerd op de meting van één stallocatie, waarbij een verhoudingsgewijze hoge variatiecoëfficiënt geldt, zodat het niet mogelijk is een uitspraak te doen over de nauwkeurigheid van de uitkomsten. De Afdeling is daarom van oordeel dat het rapport in dit geval niet kan worden aangemerkt als weergave van de meest recente milieutechnische inzichten met betrekking tot het beoordelen van de door veehouderijen veroorzaakte stankhinder’.
Alhoewel nu een nieuw IMAG onderzoek aan de factoren ten grondslag ligt zal de rechtszekere bruikbaarheid af gaan hangen van het uiteindelijke oordeel van de Raad van State.

Al met al kleven er een aantal rechtsvragen aan de nieuwe regeling. Gelet op de verslechtering voor meerdere diersoorten is zeker te verwachten dat beroepsprocedures gevoerd zullen worden. De ministeriele regeling biedt dus geen zekerheid. Het kan daarom zijn dat de Raad van State de regeling, geheel of op onderdelen, onderuit schoffelt. (Agrocount / Marieke van Beers / Jan-Pieter Smit)

Lees ook Aanpassing van stanknormen

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.