Home

Achtergrond 431 x bekeken

Scholingsuren tellen mee voor urencriterium

Op 14 maart jl. heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat tijd die wordt besteed aan scholing voor een vestigingsdiploma kan meetellen bij de bepaling van het aantal uren voor de zelfstandigenaftrek. Hoewel dit oordeel betrekking heeft op IB/PH 1997 is het arrest van belang voor het urencriterium in de wet IB 2001. Voor het bepalen van het aantal uren dat aan de onderneming wordt besteed dienen ook bijkomende activiteiten te worden meegeteld. Schriftelijk vastleggen en een ruime interpretatie kan zodoende net de ondernemersfaciliteiten opleveren.

In het door de Hoge Raad beoordeelde geval ging het om een kapster die twee dagen per week in dienstbetrekking werkte en daarnaast een kapsalon in de vorm van een eenmanszaak dreef. Zij beschikte niet over het diploma Algemene Ondernemersvaardigheden en volgde een opleiding daarvoor. Het diploma was noodzakelijk om de eenmanszaak te kunnen blijven drijven. De kapster werkte 1.245 uur in haar onderneming waarbij zij de opleidingsuren (40) had meegeteld. Daardoor kwam zij net boven 1.225 uur uit, toen het minimum om voor zelfstandigenaftrek in aanmerking te kunnen komen. De Hoge Raad stelde dat alle werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming meetellen.

In artikel 3.6 wet IB 2001 is opgenomen dat een ondernemer die voor ten minste 1.225 uur besteed aan een of meer ondernemingen waaruit hij winst geniet aan het urencriterium voldoet. Daarbij geldt wel dat er niet of minder dan 1.225 uur in dienstbetrekking anderszins moet zijn gewerkt. Bij starters geldt dit laatste ‘grotendeels’ criterium niet. Vooral bij akkerbouwers met een deeltijdbaan en echtgenoten die medeondernemer zijn kan het aantal uren nauw luisteren. Het is van belang om de in aanmerking te nemen uren dan ook niet te eng te zien.

Vergaderingen bij de bank, besprekingen met adviseurs, uitgevoerd loonwerk, administratie besprekingen met de accountant en dus ook cursussen en opleidingen tellen allemaal mee. Ook vergaderingen van de afdeling van de standsorganisatie, werk als bestuurder, spuitcursussen, boekhoudcursus en allerhande opleidingen waaronder zelfstudie zijn bruikbaar. Zelfs het lezen van vakliteratuur kan worden bijgehouden en opgevoerd voor de uren telling. Vergeet ook niet de uren die zijn gemoeid met de aanschaf en onderhoud van computers, de auto die in het ondernemingsvermogen staat en het installeren en leren omgaan met software op de computer. Met een beetje inlevingsvermogen is een groot aantal uren bij elkaar te sprokkelen en goede schriftelijke vastlegging helpt bij het aannemelijk maken dat de uren ook daadwerkelijk zijn gemaakt.

Toevoeging aan fiscale oudedagsreserve, zelfstandigenaftrek en startersaftrek, speur- en ontwikkelingsaftrek en eventueel meewerkaftrek zijn alle afhankelijk van het voldoen aan het urencriterium. Het is niet voor niets dat de Belastingdienst keer op keer poogt de werking van deze faciliteiten beperkt te houden en strenge eisen stelt aan de bewijsbaarheid. In de praktijk blijkt een goede vastlegging van de uren door de ondernemers zelf nogal eens te ontbreken. Dat in de praktijk niet altijd de mogelijkheden kunnen worden benut is dan ook niet verbazingwekkend. Niettemin geeft het arrest van 14 maart aan dat er in grensgevallen resultaat te behalen valt. (Wil Keulers)

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.