Home

Achtergrond 195 x bekeken

Herinvesteringsreserve bij beëindigen één tak

De staatssecretaris heeft een aantal belangrijke vragen beantwoord over de herinvesteringsreserve (HIR). Volgens hem is het mogelijk om bij het afstoten van één tak en uitbreiden van de andere de HIR toe te passen.

Stel dat iemand een gemengd agrarisch bedrijf (rundvee en varkens) uitoefent, waarbij in fiscaal opzicht sprake is van één onderneming. De melkveetak wordt beëindigd onder gelijktijdige uitbreiding van de varkenstak. Kan de winst die behaald wordt met het afstoten van de ene tak met toepassing van de HIR belastingvrij worden geherinvesteerd in de andere tak?

De staatssecretaris antwoordt dat dit in beginsel mogelijk is. Indien namelijk binnen één onderneming een gemengd bedrijf wordt uitgeoefend bestaande uit twee verwante takken van agrarische bedrijvigheid, kan ervan worden uitgegaan dat geen sprake is van staking van een gedeelte van de onderneming als de ene tak wordt afgestoten en de andere wordt uitgebreid. Een melkveetak en een varkenstak kunnen in dit verband gelden als verwante takken van agrarische bedrijvigheid, zodat toepassing van de HIR mogelijk is.

Ondernemers die een gebroken boekjaar hanteren mogen de faciliteit van de HIR met ingang van 1 januari 2001 toepassen. Ze moeten nagaan op welke datum de betreffende investering heeft plaatsgevonden. Zo nodig zal dit met bijvoorbeeld bonnen aannemelijk gemaakt moeten worden.

Een HIR kan uitsluitend worden gevormd bij vervreemding van een bedrijfsmiddel. In de Wet IB 2001 is met vervreemding gelijkgesteld verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel. Een onttrekking is echter geen vervreemding en wordt daarmee in de wet ook niet gelijk gesteld. Vorming van een HIR voor bij onttrekking behaalde winst is dus niet toegestaan. In de agrarische sector zal dit met name voorkomen indien de woning van de ondernemer –inclusief of exclusief ondergrond - wordt overgebracht naar privé. Dit in verband met de invoering van de Wet IB 2001.

Een ook regelmatig terugkerende situatie betreft de verkoop van eigendomsgrond, gevolgd door de aanschaf van een erfpachtsrecht op grond. Of het in zo’n geval mogelijk is om de belaste vervreemdingswinst op de verkochte grond te reserveren in een HIR is met name afhankelijk van de voorwaarden waaronder de vervangende grond in erfpacht is uitgegeven. Als deze voorwaarden zodanig zijn dat het erfpachtsrecht veel lijkt op volledige eigendom is reservering in een HIR mogelijk. Als het erfpachtsrecht niet in duur is beperkt en de erfpachter geen canon hoeft te betalen, heeft erfpacht veel weg van eigendom en kan de HIR worden toegepast. (Sylvester Schenk)

Meer informatie Vragen en antwoorden van de staatssecretaris

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.