Home

Achtergrond 65 x bekeken

Echtgenote van failliete ondernemer is geen schietschijf

Een curator van een failliete bollenteler probeert een echtgenote van een failliete bollenteler op te laten draaien voor schulden van haar echtgenoot. Zowel bij het gerechtshof als de Hoge Raad vangt de curator bot.

De ondernemer en zijn vrouw hadden geen man-vrouw maatschap en er was geen gemeenschap van goederen. Tevens was de echtgenote zo wijs geweest niet ‘mee’ te tekenen voor nakoming van verplichtingen van haar echtgenoot jegens de bank. Toen echter de bollenteler failliet werd verklaard en bleek dat de echtgenote niet in het faillissement getrokken kon worden, vonden zowel de bank als de curator dat de vrouw daarmee niet zou moeten kunnen wegkomen. Kennelijk vonden zij dat de failliete bollenteler vermogen had overgeheveld naar zijn vrouw.

De bank seinde de curator in dat de vrouw nog een uitkering van een kapitaal verzekering tegoed had waarop de curator terstond beslag liet leggen. Ook sleepte de curator de echtgenote voor de rechter om haar als vennoot in een man-vrouw maatschap aangemerkt te krijgen. Zowel rechtbank, als gerechtshof stelde de curator in het ongelijk, waarop de curator in cassatie ging bij de Hoge Raad. Deze was kort in zijn oordeel. De curator werd op alle punten in het ongelijk gesteld.

Echtgenote van een ondernemer zijn is een riskante bezigheid. Deze bank meende de echtgenote in het faillissement van de bollenteler te moeten betrekken en meende daartoe zelfs de privacy van de echtgenote te kunnen schenden. Ten onrechte zo blijkt nu, al is de echtgenote daarvoor wel zes jaar in gerechtelijke procedures betrokken. Het lijkt geen overdreven voorzichtigheid om enige scheiding te hanteren bij de diverse financiële dienstverleners. Alles bij één bank onderbrengen heeft zo zijn nadelen. (Moniek de Oude)

Meer informatie Uitspraak Hoge Raad

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.