Home

Achtergrond 103 x bekeken

Drie-jaar-eis bepaald door moment van staken

Het feitelijk moment van staken is bepalend voor het bepalen van de termijn dat een ondernemer een bedrijf heeft gerund. Dat oordeelde het Hof Arnhem in een zaak of een ondernemer het niet-benutte deel van de stakingsvrijstelling kan toepassen bij de afname van de FOR.

De inspecteur haalt aan dat moet worden aangesloten bij de tekst van de wet. De onderneming is niet langer dan drie jaren voor rekening van de belanghebbende gedreven, aangezien de resultaten vanaf 1 januari 1997 aan een opgerichte BV worden toegerekend. De onderneming van de belanghebbende is actief geweest van 1 januari 1994 tot 31 december 1996. Dat is volgens de inspecteur precies drie jaren en niet ‘langer dan drie jaren’.

De belanghebbende stelt dat hij voldoet aan de eis dat langer dan drie jaar voor eigen rekening een onderneming is gedreven. Het nog niet benutte deel van de stakingsvrijstelling kan volgens hem dus in mindering worden gebracht op de afname van de FOR.

Het Hof oordeelde dat in het onderhavige geval niet kan worden aangetoond dat sprake is van misbruik. Juist daarvoor heeft de wetgever de eis van drie jaren opgenomen. Feitelijk heeft de ondernemer ruim 3,5 jaar de onderneming voor zijn rekening gedreven, omdat in juli 1997 met terugwerkende kracht de BV is opgericht. De ondernemer voldoet dus aan de eis van drie jaar.

Meer informatie Uitspraak Gerechtshof Arnhem

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.