Home

Achtergrond 115 x bekeken

Veerman maakt schijn-onderscheid bij Habitatzones

Grote consternatie maandag bij het debat in de Kamer over de Natuurbeschermingswet. Onderwerp van de verwarring vormen de zones van 500 meter rond Vogel- en Habitatrichtlijngebieden (VHR-gebieden).

Veerman probeerde de Kamer duidelijk te maken dat deze zones van een heel ander karakter zijn dan de 250 meterzones uit de Wet ammoniak en veehouderij (Wav): de laatste leggen een beperking op aan de bedrijvigheid op minder dan 250 meter van natuurgebieden, terwijl de VHR-zones slechts een handig hulpmiddel zouden zijn om te bepalen of bedrijven al dan niet een Habitat-toets moeten ondergaan: binnen die zones wel, daarbuiten in principe niet.

De kritiek van de Kamer richt zich in eerste instantie op dat laatste bijzinnetje. Want als bedrijven buiten die 500 meter mogelijk ook schadelijke gevolgen voor het gebied hebben, moeten ook zij getoetst worden, erkende de minister. Bovendien moest hij toegeven dat derden altijd een bezwaarprocedure kunnen starten. Veerman geeft de boeren dus slechts schijnzekerheid, betoogden verschillende fracties. Het zit nog ingewikkelder: het gaat uiteindelijk natuurlijk niet om het wel of niet toetsen, maar om de uitkomst van zo’n toets. Die bepaalt of een bepaalde activiteit op grond van de VHR door kan gaan of niet. Volgens de kabinetsvoorstellen kan uitbreiding van een boerenbedrijf bínnen die 500 meterzone mogelijk zijn als de gevolgen voor de natuur niet al te groot lijken.

Anderzijds is het ook mogelijk dat zelfs het bestaand gebruik bij een bedrijf buiten de VHR-zone al een dermate schadelijke uitwerking heeft op het natuurgebied, dat deze activiteiten niet toegestaan kunnen worden. Het kabinet heeft de verwarring, al dan niet bewust, zelf gezaaid door in de brief van 11 september de VHR-zones en Wav-zones samen te nemen. In die brief staat het overigens heel helder: ”Rondom de kwetsbare VHR-gebieden en de kwetsbare delen van de beschermde natuurmonumenten wordt in de Wav een zone van 500 meter opgenomen, waarbinnen [...] voor alle bestaande bedrijven een gecorrigeerd emissieplafond geldt en waar nieuwvestiging is uitgesloten. [...] Voor de VHR-gebieden en beschermde natuurmonumenten die thans reeds onder de Wav vallen betekent dat een verbreding van de zone tot 500 meter.”

Je zou je nog kunnen afvragen of VHR-gebieden per definitie kwetsbaar zijn, maar die vraag lijkt van retorische aard. De conclusie is dan ook onontkoombaar dat Veerman, met zijn betoog dat de VHR-zones slechts een handig hulpmiddel zijn om te bepalen of een toets moet worden uitgevoerd, maar het halve verhaal vertelt, zelfs een verkeerde voorstelling van zaken geeft. De minister geeft niet alleen schijnzekerheid, maar maakt tevens een schijn-onderscheid tussen de verschillende zones, waardoor het zicht op de problematiek nodeloos vertroebeld raakt. (Bron: AgD)

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.