Home

Achtergrond 666 x bekeken

Pacht blijft goed middel voor bedrijfsopvolging

De waardering van vermogensbestanddelen, die overgaan op de bedrijfsopvolger, is sinds 1 januari 2001 voorwerp van discussie. De tot dan geldende regel dat grond voor de waarde in verpachte staat over kon en quota voor nihil is toen plotsklaps vervallen. Er is een regeling gekomen die onder meer de waarde van de vermogensbestanddelen stelde op "going concernwaarde, tenminste liquidatiewaarde". Vooral het NAJK heeft geageerd tegen deze wetswijziging, bedrijfsopvolging zou daardoor ernstig worden belemmerd. Nu stelt het NAJK dat verpachting is af te raden als vorm om op te volgen. Dat vindt mr. Keulers te kort door de bocht.

Pacht drukt de waarde van grond, ook de liquidatiewaarde!
Indien een bedrijf of delen ervan zijn verpacht of verhuurd dan beïnvloedt dat de waarde voor de eigenaar. Bij bedrijfsmatige verpachting wordt de waarde going concern anders, en ook de liquidatiewaarde wordt beïnvloed. Voor quota geldt dit minder, maar daarvoor geldt weer dat de waarde ervan wordt beïnvloed door het geheel van de vermogens-bestanddelen die de onderneming vormen. Het komt er op neer dat door het sluiten van een contract "vrije waarde" "waarde in verhuurde staat" wordt. Bij verpachting van land heeft het sluiten van een regulier pachtcontract vrijwel altijd tot gevolg dat de waarde daalt met 50-60%. Wordt naast zo'n contract het quotum tezamen met andere bedrijfsmiddelen via een contract van CV of maatschap ter beschikking gesteld, dan is ook de waarde van dat quotum niet meer te stellen op de vrije verkoop-waarde. Een DCF taxatiemethode zal, als het geheel van vermogenswaarde van de onderneming wordt bezien, een veel lagere waarde opleveren.

Binnen de kaders werken
De successiewetgeving werkt voor een deel met ficties, niettemin is bij het bepalen van de waarde van een onderneming bij overgang op erfgenamen of begunstigden natuurlijk wel van belang welke verplichtingen de overleden ondernemer is aangegaan. De verplichtingen zijn een waardedrukkende factor. Als vader of de langstlevende ouder de gronden heeft verpacht aan de zoon, quota en andere vermogensbestanddelen via maatschap ter beschikking heeft gesteld of deels economisch heeft ingebracht tegen een aandeel in de jaarlijkse winst en de opvolger via het maatschapscontract recht heeft op overname tegen een vantevoren vastgestelde waarde dan is dat een realiteit, die zijn weerslag heeft op de waarde van de verkrijging door erfgenamen. Zou vader zijn aandeel of een deel daarvan bij leven (gedeeltelijk) wegschenken, dan wordt ook de waarde daarvan beïnvloed door de aangegane verplichtingen. Met of zonder maatschap opvolgen met of zonder pachtcontract levert dus wezenlijke verschillen in waardering op. Ieder individueel geval is anders, niettemin hebben wij de laatste jaren geen problemen gezien bij opvolging. Dat neemt overigens niet weg dat wijziging van de huidige wetgeving aan te bevelen is, in die zin heeft het NAJK dus wel degelijk een punt.

Hoe dan wel?
De wereld verandert, in de praktijk toegepaste methoden dienen dus kritisch te worden bekeken. (Belasting) betalen waarbij de enige reden is om juridisch eigendom te krijgen is onverstandig. Als zeggenschap voor de opvolger vaststaat, hij gebruik heeft van quota, hij recht heeft op overname op een tijdstip dat hem dat goeddunkt tegen relatief lage prijzen en recht heeft op winsten, die optreden bij vervreemding, dan is dat te prefereren boven een veel te duur juridisch eigendom. Landbouwers zouden in dat opzicht moeten kijken naar niet-agrarische ondernemers, die zijn veel meer gewend te werken met bedrijfsmiddelen die niet in eigendom zijn. Denk eens aan de volgende vorm. Vader, moeder en zoon (met op de achtergrond diens echtgenote) werken in maatschap samen. De grond is verpacht aan de maatschap, alle maten zijn dus medepachter. Het pachtcontract is opgesteld onder de huidige wetgeving, opgenomen is dat ook bij Pachtwet-wijziging de huidige wettelijke bepalingen zullen blijven gelden. Quotum, gebouwen vee, machines en installaties zijn economisch ingebracht door vader en moeder met voorbehoud van stille reserves. Zoon heeft een meer dan evenredig aandeel in de aangroei van toekomstige stille reserves. Men wil nu de opvolging vorm geven.

Vader en moeder worden commanditair vennoot. Zij blijven ondernemer voor de IB, er wordt dus fiscaal niet gestaakt! Zij krijgen een nader vast te stellen winstaandeel. Zoon krijgt recht op volledige overname tegen vastgestelde (lage) waarden. Dit is een recht geen plicht! Hij heeft dus niet alleen volledige zeggenschap, hij heeft ook nog eens in economische zin bezien de rechten als ware hij eigenaar. Hij krijgt een groot aandeel in de aangroeiende meerwaarde. In de overeenkomsten is naadloos te regelen wanneer en tegen welke waarde de zoon kan of moet overnemen. Bij overname volgt voor de IB geruisloze doorschuiving. De positie van de overige kinderen kan via het testament worden geregeld, evenals de positie van de opvolger. Land is in deze variant over te nemen voor de waarde in verpachte staat going concern. Quotum kan hetzij worden overgenomen hetzij bij de ouders of erfgenamen blijven en let op, het gebruik van het quotum is aan de maatschap (opvolger) toegedeeld. Het is zelfs te regelen dat het quotum juridisch op naam van de opvolger staat, maar economisch - fiscaal nog tot het vermogen van de ouders behoort.

Bedrijfsopvolging doe je bij leven, niet bij testament na overlijden. Er is veel ervaring opgedaan met maatschappen. Artikel 21 lid 4 van de Successiewet is onnodig bezwarend voor opvolgers. Grond, quotum, machines, vee en dergelijke moeten als een eenheid worden beschouwd, er is geen goede reden om wat in lid 5 algemeen geldt niet van toepassing te doen zijn op lid 4! Het NAJK heeft alle gelijk dat dit moet worden gewijzigd. Dat neemt niet weg dat met contracten de liquidatiewaarde van een onderneming kan worden gedrukt. En dat is nu precies wat bij verpachting een aardige bijkomstigheid is.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.