Home

Achtergrond 162 x bekeken

Windmolen niet noodzakelijk voor agrarische bedrijfsvoering

In hoger beroep bepaalde de Raad van State dat de bouw van een windturbine op het erf van een melkveehouder niet noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. In de bestemmingsplan voorschriften was dit wel als eis opgenomen. De vergunning was dus terecht geweigerd.

Een melkveehouder wilde een windturbine van 60 meter hoog plaatsen op zijn erf. Hij kreeg hiervoor echter geen vergunning van de gemeente. In het bestemmingsplan is het volgende artikel opgenomen:
Ingevolge artikel 14 van de planvoorschriften zijn op de bedoelde gronden uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken toegestaan waaronder windturbines, voeder- en mestsilo’s, die noodzakelijk zijn voor de in lid 1 bedoelde bedrijfsvoering.De melkveehouder maakte bezwaar en kreeg gelijk van de rechtbank. Omwonenden en de gemeente gingen echter in hoger beroep. De Raad van State volgde in hoger beroep de redenatie van de gemeente. Voor de agrarische bedrijfsvoering is slechts twee procent van de capaciteit van de windmolen nodig. De windmolen is dus niet noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering. Het plaatsen van de windmolen is dus in strijd met het artikel zoals opgenomen in de bestemmingsplanvoorschriften. Dat de overtollige energieproductie een positieve bijdrage levert aan het bedrijfsresultaat kan de raad niet tot een ander oordeel brengen.

Ook kan geen argument worden gevonden waarom het College van Burgemeesters en Wethouders in alle redelijkheid een vrijstelling in het kader van artikel 19 van de Wet Ruimtelijke Ordening niet zou kunnen weigeren. Zeker nu het overheidsbeleid is gericht op het aanleggen van windmolenparken in plaats van individuele windmolens.

Meer informatie Uitspraak van de Raad van State

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.