Home

Achtergrond 190 x bekeken

Waarde zelfbewoning niet gelijk aan waarde in verhuurde staat

Onlangs heeft het gerechtshof Arnhem een uitspraak gedaan omtrent de vrije waarde van de agrarisch bedrijfswoning bij staking van het bedrijf. Volgens het Gerechtshof Arnhem is de waarde in bewoonde staat niet gelijk aan de waarde in verhuurde staat.

De boer staakte zijn onderneming en de bedrijfswoning werd dus overgebracht naar privé-vermogen. Belanghebbende woonde in de woning en was van mening dat het waardedrukkend effect gelijk is aan de waarde in verhuurde staat. In deze zaak bedrag de vrije waarde ƒ 303.000,= en de waarde in verhuurde staat ƒ 148.000,=. De inspecteur stelde de waarde echter op 65% van de vrije waarde, zijnde ƒ 196.500,=.

De inspecteur beroept zich op de resolutie van de staatssecretaris van Financiën. De boer vindt zich hieraan echter niet gehouden, omdat hij zich hiermee niet kan verenigen. Daarin kan de rechter hem volgen. Echter vind de rechter het toch aannemelijk dat de waarde 65% van de vrije waarde bedraagt. Uit eerdere uitspraken is de volgende redenatie naar voren gekomen: de waarde in het economisch verkeer van het woonhuis ten tijde van de overgang naar het privé-vermogen kan worden bepaald door uit te gaan van de verkoopwaarde in verhuurde staat en deze waarde in goede justitie te corrigeren in verband met de omstandigheid dat de prijs dat de bewoner in het algemeen bereid zal zijn een hogere prijs te betalen dan de prijs die in verhuurde staat mag worden verwacht.

Het Hof Arnhem stelde de inspecteur in het gelijk en bepaalde de waarde op 65% van de vrije waarde.

Meer informatie Volledige uitspraak van het Hof Arnhem
Lees ook Geen vast kortingspercentage agrarische woning in bewoonde staat
Meer informatie Besluit van de staatssecretaris

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.