Home

Achtergrond 317 x bekeken

Fiscale gevolgen afstoten tak bedrijf blijven vooralsnog beperkt

Gemengde bedrijven leggen zich steeds meer toe op één tak van sport. Vaak wordt de varkenstak afgestoten (soms in het kader van de opkoopregeling), en de vrijkomende gelden gebruikt om de melkveetak uit te breiden. De vraag is of zo’n verschuiving van activiteiten belastingvrij kan plaatsvinden, of dat er eerst met de fiscus over de behaalde winst afgerekend moet worden. Met betrekking tot deze vraag hebben zich onlangs enkele verrassende ontwikkelingen voorgedaan.

Als een ondernemer een bedrijfsmiddel verkoopt (grond, quotum, machines), en hij behaalt daarbij winst, dan is die winst doorgaans belast. Dat is anders indien de ondernemer deze winst weer gaat herinvesteren. De fiscale claim mag dan worden doorgeschoven. Maar als de ondernemer zijn onderneming staakt valt er niks door te schuiven. Over de verkoopwinst moet dan afgerekend worden. Een belangrijke vraag is nu of er sprake is van een staking als een ondernemer binnen zijn bedrijf een bepaalde tak afstoot en doorgaat met andere activiteiten. Kan zoiets binnen de onderneming of is er dan sprake van een gedeeltelijke staking?

Rechtbank stelt varkens en koeien gelijk
Onder het regime van de (oude) Wet IB 1964 besliste het Hof Den Haag in 2002 dat varkensrechten in bedrijfseconomisch opzicht gelijk te stellen zijn aan melkquotum. Daarmee kon de ondernemer – die zijn varkens de deur uitdeed, en zijn melkveetak ging uitbreiden – de bij verkoop van zijn varkensrechten behaalde winst belastingvrij herinvesteren. De rechter redeneerde dat zowel voor varkensrechten als voor melkquotum geldt dat het een vergunning is, waarmee men zonder sancties bepaalde hoeveelheden varkens c.q. melk mag produceren. De verschillen tussen deze vergunningen zijn niet zodanig dat van vervanging niet gesproken kan worden. De rechter oordeelde verder dat verandering van het doel van de bedrijfsvoering niet aan toepassing van de vervangingsreserve in de weg te staan. Van een staking is dan ook geen sprake. De Staatssecretaris was het met deze beslissing niet eens, en heeft dan ook inmiddels beroep in cassatie ingesteld.

Het vreemde in deze is dat de staatssecretaris op 6 maart 2003 een besluit publiceerde waarin voor de agrarische sector een belangrijke verduidelijking werd gegeven. De varkenstak en de melkveetak kunnen naar de mening van de Staatssecretaris als soortgelijke activiteiten worden aangemerkt. Wie de koers verlegt van de ene naar de andere activiteit staakt dus niet, en kan de bij verkoop van een gedeelte van zijn onderneming behaalde winst belastingvrij herinvesteren. Tijdens overleg in de Tweede Kamer over de notitie ‘Fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid’ kwam de omschakelingsproblematiek nogmaals aan de orde. Staatssecretaris van Financiën Wijn herhaalde het standpunt dat geen sprake is van een staking als binnen een gemengd bedrijf (waar varkens en kippen worden gehouden) één van deze activiteiten langzaam wordt afgebouwd. Wie via ‘menging’ van activiteit verandert ondervindt geen fiscale problemen. Voor de praktijk biedt deze opvatting zeer zeker mogelijkheden.
(mr. S.F.J.J. Schenk)

Meer informatie Uitspraak Hof Den Haag 27november 2002
Meer informatie Besluit van de staatssecretaris
Meer informatie Notaoverleg Fiscaliteit, landbouw en natuurbeleid

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.