Home

Achtergrond 592 x bekeken

Pacht en herinvesterings(on)mogelijkheden blijven de gemoederen bezig houden

De fiscale positie van pachters blijft problematisch, in het bijzonder wanneer al dan niet vrijwillig afstand gedaan moet worden van de pachtrechten. Kunnen eigenaren en erfpachters gebruik maken van de landbouwvrijstelling en ruime herinvesteringsregelingen. Pachters moeten in de regel eerst inkomstenbelasting betalen, voordat zij tot herinvestering kunnen overgaan. Een onnodige belemmering van de positie van pachters.

Al decennia lang onderkennen wetgever en belastingrechter dat winst op de verkoop van bedrijfsmiddelen iets anders is dan winst, behaald bij normale productie- en handelsactiviteiten. Winst, behaald bij vervreemding van een bedrijfsmiddel, mag worden geherinvesteerd in een vervangend bedrijfsmiddel zonder dat deze winst eerst in de belastingheffing wordt betrokken. Ook pacht is een bedrijfsmiddel

Herinvestering bij beëindiging pacht
Het herinvesteringsprincipe geldt, in beginsel, ook voor het voordeel behaald bij “vervreemding” van pachtrechten. Het voordeel mag worden benut voor de herinvestering in nieuwe pachtrechten. Dit is vaak het probleem. Pachtrechten worden niet vervreemd; verkoop van pachtrechten is immers niet mogelijk en ook het aankopen van pachtrechten is niet mogelijk. Het betalen voor pachtrechten is zelfs in strijd met de Pachtwet. Veelal zal dan sprake zijn van een ontbindingsvergoeding en zal land in eigendom of erfpacht aangekocht moeten worden ter vervanging van de pacht.

De regeling, zoals deze is opgenomen in artikel 3.54 Wet IB 2001 en 3.64 in geval van overheidsingrijpen, is niet toereikend. Een pachter mag geen vervangend land in eigendom of erfpacht kopen. Dit belemmert een pachter in zijn mogelijkheden een vervangend bedrijf aan te kopen en zijn bedrijf te verplaatsen. Ook in geval van overheidsingrijpen zijn er problemen. De Belastingdienst wil nog wel eens het standpunt innemen dat geen sprake is van een “vervreemding” en dat op pachtrechten pleegt te worden afgeschreven. Dit laatste is onzin: de meeste pachters schrijven niet af op hun pachtrechten. Niettemin betekent de houding van de Belastingdienst dat ook bij overheidsingrijpen de pachters nauwelijks ruimte hebben om tot verplaatsing over te kunnen gaan. Ondanks de gedane toezeggingen dat de wettelijke regelingen dezelfde mogelijkheden zouden bieden als de vroegere wettelijke bepaling en resolutie verruimde regeling bij overheidsingrijpen, wijst de praktijk anders uit.

De oplossing?
Er is geen reden voor het verschil in behandeling. Grond in eigendom, erfpacht of pacht kan in economische zin beschouwd worden als eenzelfde soort bedrijfsmiddel. De keuze voor pacht, eigendom of erfpacht heeft in de reguliere bedrijfsvoering, met uitzondering van de financieringslast, geen enkel verschil. Winst behaald bij vervreemding of voordeel behaald bij ontbinding of tenietgaan van rechten moeten dan ook op dezelfde wijze (fiscaal) worden behandeld. Wanneer de ondernemer herinvesteert in, in economische zin, vervangende bedrijfsmiddelen, de productiecapaciteit handhaaft, behoort fiscale heffing achterwege te blijven, ongeacht of er sprake is van pacht of eigendom of uitbreidingsinvesteringen. Op verschillende fronten wordt hiervoor politieke aandacht gevraagd. Voor de politiek is er nog werk aan de winkel en dus niet alleen terzake van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.