Home

Achtergrond 87 x bekeken

Geen sloopsubsidie voor RBV als mestproductie feitelijk niet afneemt

Een boer heeft zijn kalkoenen- en kippentak beëindigd en een subsidieaanvraag gedaan in het kader van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken. De subsidie voor de dierrechten is nihil en de sloopsubsidie wordt afgewezen. De werkelijke mestproductie is namelijk kleiner dan op basis van de grondgebonden rechten is toegestaan.

In eerste instantie weigerde Laser überhaupt de sloopsubsidieaanvraag in behandeling te nemen, omdat de beëindigingsubsidie € 0,= bedraagt. Sloopsubsidie wordt namelijk alleen toegekend indien beëindigingsubsidie wordt toegewezen. Volgens de rechtbank is van een beëindigingsubsidie echter wel sprake, ook al is deze € 0,=. Aan deze belangrijke voorwaarde is dus voldaan.

De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van beëindiging van een veehouderijtak als bedoeld in artikel 7 van de RBV. Reden hiervan: de werkelijke mestproductie in 1999 is kleiner dan de grondgebonden rechten die de pluimveehouder heeft. Doorhaling van de verplaatsbare mestrechten zou er niet toe leiden dat de feitelijke mestproductie terugloopt. Volgens de rechtbank is er dan ook geen sprake van “beëindiging van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens, van kippen en kalkoenen of van rundvee”.

De sloopsubsidie werd dus niet toegekend.

Meer informatie Volledige uitspraak van de rechtbank

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.