Boerenleven

Achtergrond 1626 x bekeken

‘Indirect heb ik mijn vrouw een nier gegeven’

Samen wonen en werken op hetzelfde erf, wat doet dat met de relatie tussen man en vrouw? André en Gerda Boelens vertellen wat het voor hen betekent.

André Boelens (45) en Gerda Boelens-Barkhuis (42) wonen met hun twee zoons (tweeling van 15) in Huis ter Heide (Drenthe). Ze melken in maatschap 72 koeien.

André

“Mijn vader had een aannemersbedrijf maar ik was geïnteresseerd in landbouw. Ik ben dan ook naar de landbouwschool gegaan. Gerda leerde ik kennen in het uitgaansleven. Haar ouders waren gestopt met melken, het quotum was verhuurd, er waren alleen nog zoogkoeien. Ik werkte als verhuizer, zij deed de opleiding spw. Maar op een bepaald moment gaf ze aan het melken weer op te willen pakken.”

“In 1996 is Gerda, samen met haar ouders, gestart. Ik ging parttime werken en sprong thuis bij, melken deed zij met haar moeder. Toen het bedrijf weg moest voor natuur, konden we in 1998 hier nieuw bouwen. Na de geboorte van onze zoons heb ik mijn baan opgezegd en ben volledig thuisgekomen.”

André en Gerda Boelens. - Foto: Jan Willem van Vliet
André en Gerda Boelens. - Foto: Jan Willem van Vliet

“In 1996, we molken net weer, voelde Gerda zich niet goed. Haar nieren bleken niet goed te functioneren. Met medicatie knapte ze op, maar dat was niet blijvend. Ze werd steeds zieker en lag overdag veel op bed. Alles plande ik om haar heen, ik leefde bij de dag. Vaak zat ik ’s avonds nog van alles te doen want ik wist nooit hoe de volgende dag uit zou pakken.”

‘Nierdialyse is zó belastend, we hoopten op een nierdonor’

“Toen Gerda’s nieren nog maar voor 30% werkten, kwamen we bij de nierfalenpoli terecht. Toen kwam dialyse ineens heel dichtbij. Maar dat is zó belastend, we wilden eerst kijken of een niertransplantatie ook kon. Van de mensen die zich bereid verklaarden een nier af te staan, bleek niemand geschikt, ik zelf ook niet. En intussen werd ze zieker en zieker, al bleef ze wel melken. Dat doet ze graag, het is haar ontspanning

Uiteindelijk kwamen we in een dominotraject terecht. Een onbekende donor gaf een nier aan Gerda, ik op mijn beurt gaf een nier aan een onbekende nierpatiënt. Je kent elkaar niet, het ziekenhuis gaat op zoek naar de beste match. Indirect heb ik mijn vrouw dus een nier gegeven.”

‘Gerda wil wel uitbreiden, terwijl ik denk: laten we het bedrijf optimaliseren’

“Terwijl wij herstelden, hielden de buurt, vrienden, familie, bedrijfsverzorging en bedrijfshulp Woutjan alles draaiende. Dat vond ik heel bijzonder.”

“We zijn nu een paar maanden verder en het gaat goed. Gerda zit vol plannen, ze wil wel uitbreiden terwijl ik denk: we hebben 10 zware jaren gehad, laten we het bedrijf optimaliseren en het ons verder een beetje gemakkelijk maken. Hoe het uitpakt, weet ik niet maar het belangrijkste vind ik dat we als gezin weer een toekomst samen hebben.”

Gerda

“De huisarts zei dat het tussen mijn oren zat. Ik voelde me grieperig en moe en dat zou komen door de stress, want mijn ouders zouden me vast gepushed hebben om het bedrijf over te nemen. Dat was onzin, ik wist zeker dat er wat anders aan de hand was. Het bleek dat ik de ziekte van Wegener heb, een auto-immuunziekte. Ik val mijn eigen nieren aan.”

“Met medicijnen knapte ik wel op maar alles bij elkaar ging het steeds slechter. Ik molk en deed de administratie, mijn vader voerde de kalfjes en in huis deed mijn schoonmoeder veel. Af en toe gingen we naar een feestje. Mensen hadden daardoor weinig begrip, ze zagen niet dat ik daarna drie dagen moest bijkomen.”

“Toen de artsen op de nierfalenpoli begonnen over dialyseren, schrok ik. Dat wilde ik niet. Een speciaal nierteam organiseerde in het dorp een informatieavond over doneren bij leven. Acht mensen, inclusief André, waren bereid een nier af te staan. Maar ze bleken niet geschikt, André heeft bijvoorbeeld een andere bloedgroep dan ik. Ik stond ook op de lijst voor orgaandonatie, maar je komt pas in aanmerking als je al een paar jaar gedialyseerd hebt.”

‘Het was heftig om met zijn tweeën tegelijk in het ziekenhuis te liggen’

“Voor ons werd het een dominotransplantatie. Een anonieme donor had bij leven een nier afgestaan die een perfecte match met mij had. André gaf zijn nier weer door aan een andere nierpatiënt. Hierdoor heb ik toch via hem een andere nier mogen ontvangen.”

“Het was heftig, we lagen met zijn tweeën tegelijk in het ziekenhuis, dat vonden onze zoons moeilijk. Vooral ook omdat Andrés moeder en mijn vader aan een nierkwaal zijn overleden. Familie en de buurt vingen hen op, deden de huishouding en het bedrijf, en dat wekenlang. Echt ongelofelijk was dat.”

‘We hebben grond verhuurd, zodat André het wat makkelijker had. Nu worden we gekort op de fosfaatrechten’

“Toen ik uit het ziekenhuis kwam, realiseerde ik me pas hoe slecht ik eraan toe was geweest. Ik zal mijn leven lang medicijnen moeten gebruiken tegen afstotingsverschijnselen, maar dat is dan maar zo. Wat ik wel zuur vind, is dat toen ik zo ziek was, we grond hebben verhuurd, zodat André het wat makkelijker had. Nu worden we gekort op de fosfaatrechten, we waren op de peildatum namelijk niet grondgebonden. Daar voel ik me schuldig over. We hebben twee zoons, misschien willen die later verder. Daarom zou ik wel willen uitbreiden. Maar André wil niet. Daar zijn we nog niet uit.”

Dit artikel is te lezen in Boerderij 20 van dinsdag 13 februari en is onderdeel van de rubriek Man & Vrouw

Of registreer je om te kunnen reageren.