Boerenleven

Achtergrond 312 x bekeken laatste update:29 sep 2016

Grondleggers: 'Krediet was in de jaren tachtig geen probleem'

In hun jeugd was het meeste werk nog handwerk. Toen ze zelf boer werden, gingen ze specialiseren, uitbreiden en mechaniseren. Ze werden zo de grondleggers van de huidige agrarische bedrijfsvoering. Zo ook Harm Elling.

Harm is geboren in Valthe, een paar kilometer noordelijk van zijn huidige woonplaats. Zijn vader huurde er een boerderij en hield acht koeien, vier zeugen en wat kippen. Een bescheiden akkerbouwtak voorzag in aardappelen en granen. Dat Harm boer zou worden, daar keek niemand van op. Als klein kereltje liep hij zijn vader al achterna bij alles wat er gedaan moest worden. Liep vader over het land met een bak kunstmest op zijn buik, Harm liep erachter met een conservenblikje op zijn buikje en strooide net als zijn vader de kunstmest in het rond. Ook molk hij al op jonge leeftijd een koe met de hand. Harm wilde boer worden en destijds ging je dan naar de landbouwschool. Eerst de lagere, daarna de middelbare. Achteraf heeft hij wel eens spijt dat hij niet ook naar de has is geweest.

'Je bent jong en eigenwijs'

Hij leerde veel en kwam wel eens thuis met de vergaarde kennis, die niet altijd strookte met de ideeën van vader. Hij herinnert zich dat hij op school de voordelen van een dikke bouwvoor had geleerd. Dat paste hij ook thuis toe. Zijn vader zei nog: “Dat is geen goed idee, Harm”. “Maar je weet hoe dat gaat, je bent jong en eigenwijs.” Harm ploegde vervolgens diep. Te diep, zo bleek, want dat jaar stonden de bieten er heel dunnetjes op. “Ik had te veel vreemde grond mee omhoog geploegd. Mijn vader wist dat uit ervaring, ik moest dat nog leren.”

Foto's: Jan Willem Schouten

Hét moment voor een melkmachine

Voor hij ’s ochtends naar de landbouwschool ging, molk hij de koeien. Dat gebeurde toen al niet meer met de hand. In 1963 verhuisde het gezin naar het huidige bedrijf. Er kwam een trekker, het aantal koeien groeide naar twaalf. Dat was hét moment een melkmachine aan te schaffen; een Surge Melotte met melkketels die aan riemen onder de koeien hingen. De melk uit de ketels werd overgegoten in melkbussen met daarop een grote zeef, de teems. “Daar lagen filterwatten in. Na gebruik wrongen we de melk eruit voor de katten.”

“We molken dan wel automatisch, het bewaren van de melk gebeurde nog in bussen. ’s Zomers werden die twee keer daags opgehaald, ’s winters één keer. De avondmelk moesten we dan koelen met water tot de volgende ochtend.”

Achteraf verbaast hij zich over de uitbetaling van het melkgeld. “Iedere 14 dagen werd er afgerekend. De melkrijder kreeg dan van de fabriek een envelop met inhoud mee. Die stak hij onder de deksel van de bussen die hij terugbracht. Iemand met kwade bedoelingen had het geld zo kunnen pakken, toch werd er nooit gestolen.”

In 1963 werd het aantal koeien uitgebreid en kwam er een melkmachine; een Surge Melotte met ketels die aan een riem onder de koe hingen.
In 1963 werd het aantal koeien uitgebreid en kwam er een melkmachine; een Surge Melotte met ketels die aan een riem onder de koe hingen.

Melkcontrole

De uitbetaling ging onder meer op basis van gegevens die met de melkcontrole werden verzameld. Bij de controle hing de monsternemer van elke koe de emmer met melk aan een unster die aan een driepoot zat en bepaalde zo ter plekke de kilo’s melk. Een klein beetje melk ging in een flesje mee naar het lab voor de bepaling van het percentage vet. Dat werd dan later bijgeschreven in een apart boekje. Harm heeft nog zo’n boekje uit 1966 waar per koe in zwierig schuine letters en cijfers de gegevens staan genoteerd. De melkgift liep uiteen van 3.000 liter tot ruim 5.000 liter per koe per jaar. “Nu zit ik op gemiddeld 9.750 liter per koe per jaar.”

In het boekje staan ook de gebruikte stieren zoals Bernadotte, Rudolf Sikkema, Jeltjes Gerard Wouter en Hille. “We gebruikten altijd al ki. Als een koe tochtig was, liepen we naar de buurvrouw, want die had telefoon. De inseminator kwam vervolgens langs met vers sperma, ingevroren rietjes had je toen nog niet.”

In een boekje schreef de monsternemer alle gegevens van de melkcontrole. Koe Grietje 2 gaf in 1967 5.686 kilo melk met 3,98% vet.
In een boekje schreef de monsternemer alle gegevens van de melkcontrole. Koe Grietje 2 gaf in 1967 5.686 kilo melk met 3,98% vet.

Ontwikkelingen op melkgebied

De ontwikkelingen op melkgebied gingen snel. Er waren inmiddels 32 koeien en de melkketels maakten plaats voor een melkleiding. “’s Zomers molken we buiten, in een doorloopweidewagen, een soort mobiele melkstal. De vacuümpomp werd aangedreven door de motor van de trekker, de melk liep in een klein melktankje van 700 liter dat alleen bedoeld was voor transport. Thuis op de boerderij pompten we de melk over in de grote koeltank die in 1975 kwam. De melkbussen waren toen niet meer nodig.”

Stonden de koeien aanvankelijk op een grupstal, in 1980 maakte die plaats voor een ligboxenstal. “De voorlichter stimuleerde de bouw ervan. Eerst wisten we helemaal niet waar het over ging. Een stal waar de koeien lóslopen? We waren gezond kritisch en wilden het eerst met eigen ogen zien.” Vervolgens waren Harm en zijn vader snel om. Echter, zo’n stal zetten op een pachtbedrijf, dat deed je niet makkelijk. “Eind jaren zeventig kregen we de mogelijkheid de bedrijfs­gebouwen te kopen. Toen hebben we meteen ook een ligboxenstal gezet. Met een WIR-premie van 43 procent, de Wet Investerings Rekening. De bank? Nee, die deed niet moeilijk, krediet was in die tijd geen probleem.”

In 1963 kwam de eerste trekker. Met de zelfbinder erachter ging de graanoogst stukken sneller.
In 1963 kwam de eerste trekker. Met de zelfbinder erachter ging de graanoogst stukken sneller.

Hulp van Border Collie

Wat wel een probleem werd in de loop van de jaren, was de gezondheid van Harm. “Mijn knieën raakten versleten. Het ophalen van de koeien voor het melken werd een steeds grotere belasting.” De oplossing vond hij in een Border Collie. “Wat heb ik daar een plezier van gehad. In korte tijd had die de koeien achter uit de wei bij huis. Hij zat ook altijd naast me in de melkput en als een koe niet wilde komen zei ik: ga maar halen. Nou, dat hielp.”

Quotum bijkopen

In 1984 werd de melkquotering ingevoerd. “Een tegenvaller, want we hadden net die nieuwe stal gezet en draaiden nog niet op volle toeren. Onze referentiehoeveelheid was dus niet hoog en daarna werden we ook nog gekort op het quotum. De investering van quotum bijkopen kon je van de belasting aftrekken, maar dan moest je wel winst maken. Dat viel niet mee, de rente was op een gegeven moment 12%.” Toch lukte het Harm steeds quotum bij te kopen zodat hij jaarlijks 700.000 kilo kon leveren. “Later bleek de quotering een zegen, de melkprijs ging omhoog en bleef stabiel.”

Dit kleine melktankje was bedoeld voor transport van de weidemelker naar huis waar de melk werd overgepompt in de koeltank.
Dit kleine melktankje was bedoeld voor transport van de weidemelker naar huis waar de melk werd overgepompt in de koeltank.

Meer automatiseren

Intussen werden zijn knieën er niet beter op en ook een schouder begon op te spelen. Zijn zoons wilden het bedrijf niet overnemen en Harm wilde nog niet stoppen. Dus moest de oplossing zitten in meer automatiseren. “Ik zeg altijd maar zo: wat je met oliedruk kunt doen moet je niet met bloeddruk doen.”

Met zijn boekhoudstudiegroep ging hij eens kijken in Friesland, bij een boer met een melkrobot. “Ik vond het interessant, maar had nooit gedacht dat ik er zelf eentje zou hebben. Maar op 19 september 2007 stond ie er toch.”

Inmiddels is de robot niet meer weg te denken. En om helemaal flexibel te zijn, kwam er een kalverdrinkautomaat. De loonwerker verzorgt de grasoogst en één dag in de week is er hulp voor allerlei klussen die je makkelijker met tweeën doet dan alleen. Op deze manier kunnen Harm en Liesbeth het bedrijf goed rondzetten, al denken hij en zijn vrouw inmiddels wel na over hoe ze het best kunnen stoppen. Maar haast hebben ze niet.

Het bedrijf heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Als kind molk Harm met de hand, sinds 2007 doet een melkrobot dat.
Het bedrijf heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Als kind molk Harm met de hand, sinds 2007 doet een melkrobot dat.

Meedoen aan deze rubriek? Of iemand opgeven? Mail: margreet.welink@reedbusiness.nl.

Of registreer je om te kunnen reageren.