Boerenleven

Achtergrond 146 x bekeken laatste update:29 sep 2016

Grondleggers: 'Vooral de fokkerij had mijn interesse'

In hun jeugd was veel werk nog handwerk. Toen ze zelf boer werden, gingen ze uitbreiden en mechaniseren. Ze werden de grondleggers van de huidige agrarische bedrijfsvoering. Zo ook Hendrik Deterd Oude Weme.

Hij durft de stelling wel aan dat er in de afgelopen negentig jaar meer is veranderd dan in driehonderd jaar ervoor. Hendrik werd geboren in 1925. Zijn vader was een grote boer en bezat verschillende bedrijven. Hendrik weet niet meer waar die omvang vandaan kwam, maar feit was dat vier zoons, onder wie Hendrik, elk een bedrijf kregen. Om aan de slag te kunnen, had hij wel een startkapitaal nodig. Daarvoor toog hij naar de boerenleenbank alwaar hij omgerekend € 9.000 kon lenen mits er twee boeren garant zouden staan. Zijn vader en een andere boer bleken bereid.

Als kind al wilde Hendrik boer worden. Vooral de fokkerij had zijn interesse, al mocht hij niet zelf de dekstier uitkiezen. Dat deed zijn vader, waarna Hendrik met de tochtige koe aan een touw naar de boerderij liep waar de gekozen stier ter dekking stond. De erfelijke eigenschappen waren bekend van mond-tot-mondreclame. Fokwaardeschattingen en dergelijke waren er nog niet. “Ook de monstername was er nog niet, dat kwam bij ons pas na de oorlog.”

Oorlog niet bewust meegemaakt

Die oorlog maakte Hendrik bewust mee. Ontberingen herinnert hij zich niet, ook hoefde hij niet te vrezen voor tewerkstelling in Duitsland. “Ik had een ausweis waarop stond dat ik thuis op de boerderij niet gemist kon worden.”

Er was wel een schuilkelder, maar die werd vooral gebruikt voor de onderduiker. Ook gaven ze drie nonnen onderdak. “Hun klooster was namelijk bezet door de Duitsers.” Aan het eind van de oorlog kwam er nog een logé; een broodmagere jongen uit Schiedam. “Het was de hongerwinter en in de steden was geen eten meer. Veel kinderen werden daarom bij boeren ondergebracht. Na de oorlog hielden we contact. Inmiddels is hij overleden.”

'Mijn vader zei: tien koeien? 
Als je dat haalt, heb je het héél goed gedaan'

Het eind van de oorlog verliep chaotisch. Twee van hun drie werkpaarden werden gevorderd, de derde stalden ze snel bij een kleine boer in de buurt. “We dachten dat de Duitsers daar niet zouden zoeken. We hadden gelijk en behielden het paard. Daarmee bewerkten we na de oorlog al het land.”

In 1953 nam Hendrik de boerderij over en sloeg al snel aan het verbouwen. Hij maakte plek voor tien koeien, het dubbele aantal dat hij op dat moment molk. “Mijn vader zei: als je die stal vol krijgt, heb je het héél goed gedaan.”

Rechts Hendrik, links zijn oudere broer Gerrit, die op 12-jarige leeftijd overleed aan een hersenvliesontsteking.<br /><em>Foto's: Jan Willem Schouten</em>
Rechts Hendrik, links zijn oudere broer Gerrit, die op 12-jarige leeftijd overleed aan een hersenvliesontsteking.
Foto's: Jan Willem Schouten

De hele buurt kwam kijken

Een jaar later was het al zover. Er kwam bovendien in 1956 een melkmachine want Hendriks echtgenote had haar handen vol aan de kleine kinderen, de kippen en de varkens. “Zo’n machine maakte het werk lichter en mijn vrouw was daar erg voor. Ze was zeer vooruitstrevend en de drijvende kracht achter allerlei aankopen.” Zij stimuleerde ook dat er een jaar na de melkmachine een trekker kwam, een Guldner van 14 pk maar zonder hefinrichting. “Ik verkocht meteen het paard.”

Daarvoor in de plaats kwamen er allerlei machines voor de trekker, zoals een maaibalk, een kunstmeststrooier, een ploeg en, heel uniek, een mestverspreider. “De hele buurt kwam kijken hoe dat werkte.” Geen wonder, want bemesten was zwaar en tijdrovend werk. “Met de mestverspreider hoefde je de mest vanaf de vaalt alleen nog maar op de wagen te gooien. Het verspreiden ging machinaal, het mechanisme werd aangedreven door de aftakas van de trekker.”

Een paar jaar later verruilde Hendrik de 14-pk Guldner voor een exemplaar van 30 pk met een hefinrichting. “De ontwikkelingen gingen toen heel snel en wij wilden daar in mee. Alles wat het werk makkelijker maakte, grepen we met beide handen aan.”

Dorsen met een dorsmachine die door de trekker wordt aangedreven. Bij Deterd hadden ze zelf zo’n machine en waren daarmee hun tijd ver vooruit.
Dorsen met een dorsmachine die door de trekker wordt aangedreven. Bij Deterd hadden ze zelf zo’n machine en waren daarmee hun tijd ver vooruit.

Bos omhakken met de bijl

Het bedrijf groeide, er was meer grond nodig. Van de 18 hectare. die Hendrik bezat, was 3 hectare bos. Dat moest grasland worden. De bomen liet hij daarom rooien. Een vergunning? “Dat was niet nodig, wel moesten er bomen voor teruggeplant worden. Ik zette wat populieren in een hoek en dat was dat.” Hendrik herinnert zich dat het bos met bijlen werd omgehakt. “Een kettingzaag was er nog niet. Wel een bulldozer. Die drukte de stobben uit de grond en stortte ze in een groot gat. De bodemstructuur heeft daar wel van te lijden gehad.”

Toen het groeiende bedrijf toe was aan een nieuwe stal kwam er een ligboxenstal voor 46 koeien. In 1972 konden ze er in en van meet af gaan ging het probleemloos. Last van damslapers, zoals op sommige andere bedrijven, hadden ze niet want Hendrik had de boxen ingestrooid met stro. De koeien kenden dat, geen één koos voor een ligplek op de roosters.

Grondleggers: 'Vooral de fokkerij had mijn interesse'

Mais zaaien met een roggezaaier

Melken ging met een 2×2 tandem. Ook daar kwam de buurt naar kijken, zo modern was het. De grote meetglazen lieten mooi zien hoeveel elke koe gaf.

Ook op voergebied veranderde er van alles. Kregen de koeien in Hendriks jeugd alleen veekoeken en hooi, in de jaren zestig werd dat kuilgras met snijmais. “Wij zaaiden onze eerste mais in 1969. Een stuk van 65 are. De werktuigenvereniging gebruikte er een roggezaaier voor. Door de kouters om en om af te sluiten, kon je zaaien op 60 centimeter afstand.”

Het hakselen had vervolgens nog heel wat voeten in de aarde want er was gezaaid tot aan de perceelsranden maar de hakselaar zat opzij van de trekker. “Je moest eerst met de hand een baan vrijmaken zodat de trekker erop kon.” Dat had Hendrik snel bekeken, het jaar erop zaaide hij de randen in met haver. “De combine had de messen aan de voorkant en maaide die rand. Daarna kon de trekker erover om de mais te hakselen.”

Grondleggers: 'Vooral de fokkerij had mijn interesse'

Bestuurswerk

Voor zoon Henk was de maisteelt zijn lust en zijn leven, Hendrik gaf er zelf niet zoveel om. Daar kwam bij dat hij meer en meer werd gevraagd voor allerlei bestuursfuncties en nee zeggen, dat deed hij niet. Zo werd hij voorzitter van de standsorganisatie ABTB en veevoercoöperatie CCAV, zat in het kerkbestuur, de KI-vereniging en wat al niet meer. Hij is er zelfs koninklijk voor onderscheiden. “Door dat bestuurswerk was ik veel weg, maar dat kon omdat mijn vrouw samen met Henk het bedrijf deed.”

Grondleggers: 'Vooral de fokkerij had mijn interesse'

Bedrijfsovername

Henk nam in 1986 het bedrijf over waarna Hendrik en zijn vrouw verhuisden naar een huis even verderop. In 1994 verplaatste Henk het bedrijf naar Hardenberg omdat daar meer toekomstmogelijkheden lagen. Dat vond Hendrik jammer, maar hij begreep het wel. En ook al was het 45 kilometer verder, hij ging er alle middagen heen om te helpen. Met interesse volgde hij de gang van zaken. Er kwamen grotere trekkers, een draaimelkstal en meer koeien. Het enige minpuntje dat Hendrik kan bedenken, is dat zijn zoon overstapte op zwartbonte Holsteins. Zijn ogen twinkelen: “Ik zie liever een mooie, rooie MRIJ.”

Grondleggers: 'Vooral de fokkerij had mijn interesse'

Meedoen aan deze rubriek? Of iemand opgeven? Mail naar margreet.welink@reedbusiness.nl of schrijf naar postbus 4, 7000 BA, Doetinchem.

Of registreer je om te kunnen reageren.